maandag 13 december 2010

Temukul 1

Ik zit al weer een paar dagen in Temukul vlakbij Lovina. Met Ketut ben ik er naar toe gereden. Onderweg hebben we een paar tempels aangedaan. Een van de tempels kende Ketut zelfs niet. Op een parkeerplaats waren mensen aan het bidden, vlakbij de ingang van de tempel. Overal staan tempeltjes in Bali. Overal staan beelden met kleine offergaven. Het hele eiland ademt hindoeisme uit.
We maakten een mooie route langs de kust van Noord-Bali. Opeens zag ik de gestalte staan van Arjan naast wie ik had gezeten in het vliegtuig. We stapten uit en het bleek zijn broer te zijn. Ze waren bezig een stuk land te meten van de buurman die daar een duikschool wilde gaan bouwen. Arjan bleek een aantal prachtige villa’s gebouwd te hebben met een zwembad en aan de rand van de zee. In totaal heeft hij zeven villa’s gebouwd. Daarvoor mocht hij alleen maar met lokaal personeel werken die hij dan ook heeft opgeleid tot electricien, metselaar etc. OP een gegeven moment had hij zeventig mensen in dienst. Nu bouwt hij een huis voor een arme familie en zet hij zich verder in voor de gemeenschap. Het was grappig om in zijn huis rond te kijken en zalige dingen te eten en te drinken.
We aten een klein hapje in Singaranja waar helaas alleen maar Nederlanders zaten die oppervlakkige prietpraat hadden dat de 1 miljard die naar Indonesie ging van ontwikkelingshulp beter in Nederland kon blijven. Het eten was overigens zalig: allerlei vis met groente in een bananenblad. Bij binnenkomst op Pantai Mas leek er niemand te zijn maar al ras bleek dat we de ingang niet goed hadden gezien en werden we hartelijk ontvangen.
Pantai Mas is een soort hotel waar de gasten wat meer met elkaar op trekken. Ook zijn er mensen vaak langer. Een Duitse vrouw is er nu al zes weken en zij zal hierna naar India terug gaan waar ze werkt en studeert. In die zin lijkt het wel wat op Chateau Gressoux waar we deze zomer waren. Een mooie plek om tot rust te komen, een boek te schrijven, beter te worden etc.
Het oord is opgericht door een Nederlander Evert en zijn Indonesische vrouw Ahou. Het eten is heerlijk (we eten samen) en het hele oord is met veel zorg ingericht. Er is een zwembad, een prachtige tuin waar je kunt zitten en de kamers zijn ruim. Overal staan kleine  Boeddha beeldjes en elke dag doet de Ahou offers. Zij is geroepen om hogepriester te worden en zij moet daarvoor nog veel gaan leren. Ze heeft een hele zachte uitstraling. De eigenaren doen veel voor de gemeenschap. Vaak logeren er ook zieke mensen die overal zijn opgeven en die zij weer op de been helpen. Ook hebben ze veel aandacht besteed aan gehandicapte kinderen waarvoor inmiddels elders een opvanghuis is gekomen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten