Op dinsdag heb ik een werkbezoek gebracht aan projecten van SNV en Hivos. Ik werd opgehaald en we reden hoog de bergen in, naar Lembang. Daar ontmoette ik Sundar en Jan die voor SNV werken. Jan werkt in Cambodja en Sundar stuurt o.a. de regio in Indonesie aan. SNV doet niet veel in Indonesie maar wordt door Hivos betaald om biogasinstallaties neer te zetten.
E.e.a. was aangekondigd als een bezoek aan biogas plants dus ik was in de veronderstelling grote fabrieken te zien. Tot mijn verbazing kwamen we echter bij een boer die op zijn erf een biosgastank heeft. Een kleine installatie waar hij koeienmest in gooit. Hieruit wordt in een ondergrondse tank gas gewonnen waarna de overgebleven smurrie gebruikt wordt voor het bemesten van het land. Met het gas kan het gezin koken. Voor een dergelijke installatie zijn zeker drie koeien nodig dus eea is voor iets meer vermogende boeren. De schoonmoeder van Egbert vertelde me namelijk later dat veel boeren slechts een koe hebben omdat een koe erg duur is, zeker 600 Euro. De gehele installatie kost zo’n 600 Euro waaraan de boer zelf 2/3 meebetaalt middels een microkrediet. De rest wordt gefinancierd door Hivos.
De vrouw van de boer bespaart door de installatie heel wat uren nu ze niet langer zelf hout moet verzamelen , in Cambodja zo’n drie uur per dag en in Nepal twee uur per dag. Deze tijd zouden vrouwen kunnen gebruiken voor alfabetiseringscursussen. Of dat al gebeurt werd mij niet meteen duidelijk.
De gehele aanpak is niet alleen goed voor het milieu (CO 2 reductie) en het inkomen van de boer, ook de streek profiteert er van. Jonge mensen worden ingezet om de materialen te maken voor de tankinstallatie en de gasbrander. Na het bezoek aan twee boeren, hebben wij hen ook aan het werk gezien. Alle onderdelen worden zelf gemaakt met zeer beperkte middelen. Ipv een compressor wordt bijvoorbeeld een provisorische fietspomp gebruikt. Jan vond de workshop (werkplaats) niet goed en bepleitte dat SNV een andere machine zou laten brengen. Ook gaf hij advies over veiligheid en de bouw van de diverse onderdelen. De plek zelf was klein, rokerig en onoverzichtelijk. Ook dat moest anders.
Overigens waren de dorpjes prachtig met Nederlandse accenten zoals wit gehaakte gordijntjes, huizen die dicht op elkaar staan en voortuintjes.
Het is duidelijk dat SNV de technische kennis goed kan overdragen. De bedoeling is dat het komende jaar het aantal installaties wordt uitgebreid van 16 naar 1100 in dit gebied. In Oost-Java staan er al zo’n 1200. Het is een mooi, zichtbaar en concreet project waar SNV trots op kan zijn. Het is jammer dat SNV nu zoveel kritiek krijgt over het salaris van de directie want het werk wat SNV doet heeft veel impact en zet diverse ketens van werkgelegenheid op.
Foto's komen in de volgende blog
Geen opmerkingen:
Een reactie posten