dinsdag 28 december 2010

Yogykarta 1

Het is natuurlijk leuk om als bewoner van het Java-eiland en het complex Joggia nu daadwerkelijk te komen in Yogyakarta op Java. Ik had de stad iets te veel geromantiseerd en was in de veronderstelling dat het rustig, vreedzaam en oud was. Op de eerste dag werd mijn beeld bevestigd. Lommerijke wegen en veel bomen. Ik kon met drie vrouwen meerijden die een reuinie hadden. Sandra verkoopt handicraft over de gehele wereld en regelde dat ik ook mee kon rijden. Aniece is huisvrouw en Louslous is baas van een kuikenfarm. Ik werd de hele dag door haar meegetroond en liet het lekker over me heen komen. We bezochten een andere schoolvriend van hen die bij OLVG bleek te hebben gewerkt. Een beminnelijke man die vol trots zijn grote boomgaard liet zien vol verschilende vruchten.

We gingen lunchen en met zeven personen aten we voor in totaal nog geen tien Euro. En het was nog lekker ook: rijst met ei en sate. Hierna werd de dag wat rommeliger. We stonden eindeloos in de file om het paleis te bezoeken dat bij aankomst echter dicht bleek te zijn. Sandra wilde me meenemen op een tripje maandag en probeerde daarom een andere hotelkamer te regelen in het hotel waar zij en haar vriendinnen ook zouden logeren. We reden eindeloos rondjes omdat ze niet precies wist waar het hotel was. Bij aankomst enige tijd later, besloot ik toch naar het hotel te gaan dat ik geboekt had. Gelukkig werd dat wat sneller gevonden. Daar zit ik nu voor nog geen 12 Euro per nacht. Je betaalt hier meer voor airco en omdat ik dat niet gebruik bespaar ik flink! Tot maandagochtend.

Ik wilde naar het paleis lopen maar werd aangesproken door een vriendelijke man. Hij vertelde zeer overtuigend dat het paleis gesloten was omdat de sultan meetings had. Hij was zo vriendelijk me door te verwijzen naar een arts centre. Dat leek me wel wat als kunstminnaar. In een riksja werd ik er naar toe gefietst en vriendelijk ontvangen. Het gehele batikprocedé werd uitgelegd en ik werd aan de master of painting voorgesteld. Ik kon alleen die dag kopen werd me gezegd en ik zei nog dat me dat niet goed voor de business leek. Hij gaf me nog wat korting op het batik dat ik voor mijn ouders kocht hoewel ik het niet goedkoop vond maar ik heb natuurlijk graag iets over mijn familie. De man bracht me zelfs op zijn motor naar het paleis terug. Hij hield nog een soort psychologisch verhaal dat ik soft zou zijn en moest uitkijken. Ja, ja. Ik wist toen pas dat ik door hem en zijn kornuiten bedrogen was. Het paleis bleek gewoon open te zijn en een guide vertelde me dat ik moest uitkijken voor de batikmaffia. Ik had veel te veel betaald en ik had ook nog alle verhalen geloofd over de sluiting van het paleis. Ik moest er wel om lachen.

Na het bezoek aan het paleis werd ik overspoeld door opdringerige riksjarijders die om de twee meter proberen klanten te werven. Dat werd ik al snel zat, afgezien van het feit dat ik mamma mia werd genoemd wat al niet erg vleiend was. Ik besloot het centrum te ontvluchten en werd door een lief mannetje die ik op 65 schatte naar het moderne kunstmuseum Affinda gefietst. De man bleek overigens 47 jaar oud te zijn. Het museum was een oase met mooie schilderijen in een gastvrij gebouw. In Bandung had ik met Egbert ook al een dergelijk museum bezocht. Beide musea waren opgericht door de familie van de kunstenaar en draaide met name om het werk van deze kunstenaar. Affandi wordt vaak vergeleken met Van Gogh qua verfgebruik en het werk sprak me zeker aan. Ook had hij het lef mensen af te beelden wat niet mag van het islamitische geloof.

Op de terugweg reed Mudi, de riksjafietser, nog langs twee andere schilderijverkopers. Ik zag gelukkig nergens het werkje dat ik had gekocht eerder op de dag. Toen ik Sandra later op de avond het verhaal vertelde, moest ze vreselijk lachen om mijn goedgelovigheid. In al die vier weken heb ik maar een paar van deze foutjes gemaakt, het had erger gekund. Je kunt dergelijke vergissingen overigens ook als een gift zien. Zo had ik twee kruiers bij aankomst in Bali 100.000 rupiah gegeven in plaats van 1.000. Dat is zeker twee tot drie dagen inkomsten voor hen. Een van hen durfde aanvankelijk zelfs nog meer te vragen. Toen ze wegliepen zag ik ze vreemd genoeg bijna juichen. Pas later had ik door waarom ze zo blij waren.

’s Avonds at ik bij Via Via waar veel expats komen en je gewoon tomatensoep kunt eten en goede cappuccino drinken. Dat is weer even heerlijk en ik geniet er van na al die weken rijst, sate en weke groente.

Op maandagavond werd ik opgehaald door Sandra en reden we naar een discotheek. We reden zeker drie keer over dezelfde weg en het kostte veel tijd om de weg te vinden. Het is hier heel gebruikelijk om iemand de weg te vragen die op straat staat te hangen, te wachten of te eten. Ook staan er overal mannetjes die helpen auto's uit te parkeren en politieagenten die chaotische verkeer regelen. Het vinden van de weg wordt overigens wel lastig als iedereen maar wat zegt om aardig te blijven. Toen we aankwamen bij Cesar waren we echter drie kwartier te vroeg. Ik voelde me nu echt een oude vrouw. Het was een gigantische ruimte die overigens geen dansvloer had. Er was een band die optrad en een dj en vj (een vj draait filmpjes die passen bij de muziek) die muziek draaiden. We hebben stiekem gedanst vanaf onze stoel en gezellig gekletst. De zaal werd met name gevuld door jonge knullen vrouwen die volgens Sandra met name prostituees waren. Meisjes van soms nog geen 17 jaar oud.

Ik was pas half twee thuis en viel gelijk in slaap. Dat was maar goed ook want om 5 uur zou ik vertrekken naar de Borobudur. De Borobudur vind ik nog het best te vergelijken met de mayatempels die ik in Guatamala heb bezocht. Daar gingen we destijds ook heel vroeg naar toe en hoorden we het oerwoud ontwaken. Een magisch moment. Hier zagen we in de verte de Merapi zich ontdoen van de mist en langzaam in al zijn grote machtigheid optorenen. Op de weg naar de Borobudor hebben we nog huizen gezien die waren verwoest door het vulkaanas. Mensen waren nog druk bezig de lava te verwijderen. Mij is verteld dat de inwoners van Yogya zeer ruimhartig mensen hebben opgevangen en in huis genomen.

De Borobudur werd al snel in beslag genomen door geluiden. Niet van de apen en vogels uit het oerwoud zoals destijds in Guatemala maar door pubers die al giechelend aan ons vroegen of ze met ons op de mochten mochten. Wij bleken voor hen grotere attractie te zijn dan de tempel. Men kon niet echt uitleggen waarom men dit zo graag wil. Kennelijk is het leuk te vertellen dat je vrienden hebt in Amerika en Nl. Ik zal in ieder geval de komende jaren op tal van facebookpagina's te zien zijn als vriend van Indonesische pubers.

Ik was zelf wel onder de indruk van het gebouw dat behoorlijk onderhouden is en al in de 8e eeuw is gebouwd door slaven. Ik trok op met de Amerikaanse Lucia die een theatergroep bleek te leiden. Ze houdt zich ook bezig met theatre for development en richt zich met name op cultuureducatie. Het was leuk om haar te leren kennen en ik heb haar veel verteld over mijn bezoek aan Ubuntu en Theatre Embassy. De tweede tempel was ook indrukwekkend. Ook hier werden wij weer vaak op de foto gezet door pubers, ouderen en zelfs hele gezinnen. Het uitstapje eindigde met het drinken van een kokosnoot en de afspraak dat ik in de avond wat met Lucia zou gaan eten. En dat gaat zometeen gebeuren. Ik heb Joned ook uitgenodigd en ik kan me voorstellen dat ze heel wat kunnen uitwisselen als professionals onder elkaar.

maandag 27 december 2010

Foto's Solo


Foto's uit Solo: de batikmarkt, het paleis, het amusementspark en de voorstelling

Solo in Solo

Met de trein was het negen uur rijden van Bandung naar Solo. Ik zat in een coupe bij een groep Nederlanders wat me nog tot een leuk gedicht inspireerde. Het was een prachtige route door de rijstvelden, langs hoge bergen en over grote rivieren.

Het hotel in Solo was prachtig art-deco met glas in lood, statige bruine meubels en bediening met een vrolijke rode Kerstmanmuts op. Ook zeggen ze hier Merry Christmas tegen elkaar. Wel bijzonder want ongetwijfeld weten ze als moslim niet wat het betekent. Mijn kamer had helaas geen ramen die open konden, behalve naar de gang. Wel een warme douche en een tv, de laatste heb ik niet gebruikt, de eerste wel.

In Solo heb ik de toeristische hoogtepunten bezocht. Kennelijk zijn ze hier erg onder de indruk van gezag want als hoogtepunt werd het paleis genoemd. Dat was eigenlijk niet meer dan wat open ruimtes met marmeren vloeren die je niet mocht betreden en waar kennelijk de gezagsdragers vroeger en nu hun spijzen nuttigen, zich vermaken en weinig tot niets nadenken over de noden van het volk. Men vroeg mij extra geld als toerist en om te fotograferen. Dat laatste heb ik geweigerd. Je merkt dat men hier wat gehaaider is en probeert geld van toeristen af te troggelen. Later zal ik mijn slechte ervaringen in Yogya vertellen die nog veel erger en ook lachwekkend waren.

Ik ben voor het eerst gaan shoppen. De eerste markt was een grote ruimte die tot de laatste millimeter was gevuld met stalletjes vol met kleding. Ik heb twee kleine blouses gekocht voor onze neefjes uit Amsterdam. Het is altijd leuk een doel te hebben dan kan je ook onderhandelen en zoeken. Komisch waren alle modepoppen die getooid waren met hoofddoeken. Ik stel voor die te gaan importeren naar Nederland als protest tegen Wilders en de opkomst van de islamofobie. De meeste moslims die ik hier ontmoet zijn niet zo strikt. Zoals mijn riksjarijder vandaag zei, “Ik ben te druk om te bidden.

’s Middags belandde ik in een amusementspark. Het was komisch om te zien hoe er hier gegokt werd en spelletjes werden gedaan. In Nederland is er veel geluid, zijn er knallende apparaten, veel beren en snelle attracties met gillende pubers. Hier was een griezelhuis en een draaimolen met bootjes. Het enige snelle apparaat was een kleine achtbaan waar het treintje gezellig opboemelde. De gokapparaten waren improvisorisch gemaakte opstellingen van cola-flessen of speelgoed poppen waar je een bal naar toe moest gooien of een ring. Wat betreft snoepwaren was er popcorn maar geen suikerspin. Er liepen weinig mensen en omdat ik niet in de draaimolen mocht, was ik er ook al snel uitgekeken.

In het hotel ontmoette ik Roswitha uit Duitsland die net uit Bali kwam waar ze wajangpoppen had leren maken. Ze sprak over een heerlijke homestay in Ubud waar ik misschien nog naar toe zal gaan met Monica. We hebben samen gegeten, heerlijk veel groente, pittige garnalen en kip. Op de achtergrond zong iemand prachtige muziek van Lionel Richie en Michael Jackson. Maar toen ik me omdraaide zag ik daar een veel te dikke, treurige jongen zitten achter een hammondorgeltje en bovenal ook nog die rode kerstmuts op. Daarna zijn we naar een slaapverwekkende voorstelling gegaan met prachtige aangeklede mannen die uiteraard onverstaanbaar Indonesisch spraken maar ook niet of nauwelijks bewogen. Het twee deel was een act die alle flauwe clownsgrappen in zich had die wij ook kennen uit het circus. Tegen elkaar aanlopen, elkaar niet zien, over elkaar heen springen. Het publiek dat tot die tijd lekker had zitten eten en kletsen, bulderde opeens van het lachen en had zijn volle aandacht er bij. Omdat ik twee skype afspraken had kon ik gelukkig eerder weg. Het was grappig iedereen in Nederland te zien: koud, aan de wijn en het kerstdiner aan het voorbereiden.

vrijdag 24 december 2010

foto's Theatre Embassy in Bandung

Iman Soleh

Egbert in gesprek met Iman Soleh en een van zijn medewerkers ('Good worker, eats a lot')

In het immigratiekantoor

Egbert in gesprek met Joned over de workshop

In het huis van Egbert en Nonnie met hun baby Samoedra

Bandung 4

Het leven van Egbert begint om zes-zeven uur in de ochtend. Het huis vult zich met geluiden en Sara (de nanny en hulp) bereidt het eten voor. Zij slaapt achter in het huis in een eigen kamertje. De schat heeft mijn was gewassen en ik heb haar uiteraard bedankt met een mooie fooi.
Egbert is aangesloten bij Kelola, een instituut die zonder overheidssteun al ruim 14 jaar bestaat. In principe wordt geen enkele culturele organisatie gefinancierd door de overheid en moet men zichzelf bedruipen. Kelola krijgt geld van o.a. Hivos en is een partnerorganisatie van Theatre Embassy. Ze hebben een enorm netwerk in Indonesie en werken professioneel. In Indonesie betekent professioneel dat men zich aan afspraken en een planning houdt, men e-mails beantwoordt en redelijk goed georganiseerd is. Tot ergernis van Egbert zijn er ook bij Kelola een beperkt aantal mensen dat geen initiatief neemt. Egbert geeft binnenkort een workshop waarin hij theatre for development over gaat brengen op twintig theatermakers en welzijnswerkers. Op donderdag zou de lijst gepubliceerd worden van de definitieve deelnemers en Windy belde ons namens haar meerdere Muthi meerdere malen op dat hij direct zijn e-mail moest checken. Tot drie maal toe legde Egbert uit dat hij in de file stond en niet in staat was zijn email te checken. Hij legde haar uit hoe zij in zijn e-mailbox kon en eea kon afhandelen en gaf hij aan: zij werd daartoe door hem geautoriseerd werd. Na haar ‘Ja’ aan de telefoon , kwam echter al ras een smsje dat ze de webmail niet wist te openen en zij daartoe ook overigens niet bevoegd was. Egbert moest het echt zelf doen. Ik heb hem gerustgesteld dat ik de ‘ik-weet-en-wil-niet’-houding ook ken uit Nederlandse organisaties. Ondanks dit kleine en herkenbare voorval staat Kelola bekend als degelijk en formeel. Voor de workshop werkt Egbert samen met Joned, een acteur en regisseur, die we hebben ontmoet. Een vriendelijke man uit Jogyakarta die ter voorbereiding op de workshop al een uitgebreid script had gemaakt en zeer gedegen over kwam in ons gesprek. Joned gaat in de workshop met name de theaterpraktijk verzorgen.
Egbert heeft me workshop uitgelegd. Zeven dagen achter elkaar krijgen de deelnemers afwisselend theatertheorie en theaterpraktijk. Doel is dat de deelnemers zelf in staat zijn theater te gaan maken over maatschappelijke problemen. Veel van deze theaterstukken hebben een voorlichtende en agenderende functie voor het publiek en bevatten boodschappen over vrouwenrechten, aidsbestrijding etc. De theaterpraktijk uit de workshop bevat o.a. een instructie hoe poëzie gebruikt kan worden in theater. Ook krijgen de deelnemers diverse acteerlessen. Het wordt een afwisselende groep deelnemers afkomstig van diverse eilanden, van diverse religies, mannen en vrouwen. Een aantal deelnemers werkt voor een womensrights organisatie. De deelnemers leren in de workshop ook een sociale analyse maken die de basis kan vormen voor een theaterstuk. Ze doen een survey in de praktijk en moeten op basis van interviews op de markt het probleem goed in kaart brengen. In deze workshop zal dat uiteraard gaan over vrouwenrechten. Tot slot maken de deelnemers een klein theaterstuk.
Naast deze workshop bereidt Egbert een theaterstuk voor met Iman Soleh. Het stuk Tanna, aarde, is een vervolg op het theaterstuk Water van Iman. We waren te gast in het huis van Iman dat grenst aan een openluchttheater. De sfeer deed me denken aan Ruigoord. Toen we aankwamen waren een paar gespierde mannen bezig van aluminiumplaten houders te maken voor de theaterlampen. Het regent hier vaak en van kortsluiting is al snel sprake. Men vertelde vol afgrijzen een verhaal dat een jongen bij een collega-theatergroep de theaterlampen had aangesloten op de electriciteitsdraden en helaas door kortsluiting was overleden. Zwart geblakerd.
De ouders van Iman bezaten een stuk grond in de stad waarop ze deels studentenwoningen hebben gemaakt en dat verder bestemd werd voor theater. Hier kan Iman zijn hart ophalen en heeft hij al tal van theaterproducties opgevoerd waar vaak ook de lokale bevolking aan meewerkt. De plannen zijn dat er ook een bibliotheek komt voor de kinderen. Iman houdt van grote beelden, bewegingsobjecten en video en hij verwerkt veel mythische verhalen in zijn stukken. Wat dat betreft doet zijn werk me weer denken aan het werk van Bert Barten die ook gefascineerd is door epische verhalen. Met Bert heb ik plannen om workshops te gaan maken over leiderschap overigens. Iman Soleh heeft me diverse theaterstukken laten zien op zijn laptop. Indrukwekkend. Zo was het decor van een van de theaterstukken een toneel bezaaid met nieuwssnippers.
Iman is een onafhankelijk denker die kritisch is tegenover de overheid  en liever ook geen geld aanneemt van bedrijven. Ze weten de theaterproducties te maken met weinig budget en veel creativiteit. Ondanks zijn bourgeois-houding heeft hij twee weken geleden een oorkonde van de burgemeester ontvangen. Van het geld dat hij kreeg, zo'n 1.000 Euro, heeft hij direct theaterlichten aangeschaft en het aluminium voor de berschermbozen. Ook verdient Iman soms bij met het voordragen van zijn gedichten voor gezagsdragers. Hij heeft inmiddels ook meer dan 427 scholen bezocht op alle eilanden van Indonesie. Hij had hierover prachtige anecdotes en ik adviseerde hem hierover een boek te schrijven. Over zijn werk op de scholen, heeft inmiddels een goede instructiefilm gemaakt met als thema hoe een docent zelf theaterles kan geven. Deze film zal naar 12000 scholen worden gestuurd! Wij kregen uiteraard de film te zien die ook was geschoten in het openluchttheater.
We hebben veel van zijn werk gezien en werden daarna uitgenodigd voor het eten. De grappen en grollen gingen over en weer. Een zeer gezette jongen schepte twee volle borden op : “Good worker, but eats a lot”. Iman houdt niet van mathematica dus ging Egbert aan de slag met twee jongere jongens van de groep. Ze hebben het budget van de voorstelling doorgenomen en de keuzes die daardoor gemaakt moeten worden: hoeveel personeel wordt er aangenomen, hoe vaak krijgt men eten, hoeveel krijgt de productieleider etc. Theatre Embassy zal zich met name richten op het zakelijke deel en de promotie. Iman Soleh wil artistieke vrijheid en dat is hem wel toevertrouwd. Om 5 uur werd het gesprek gestopt omdat Iman ging bidden in zijn gebedsruimte in het huis. 5 keer per dag wordt hier op Java gebeden en wordt door de moskeen met doordringend gezang opgeroepen tot het gebed. Dat begint al om circa 5 uur in de ochtend. Iman is zeer gelovig en is ook van plan naar Mekka te gaan in februari. Het is niet de bijeenkomst waar ruim 5 miljoen gelovigen komen maar dan wordt de geboorte van Mohammed gevierd.
Misschien ga ik zowel Joned als Iman nog ontmoeten in Jogyakarta. Leuke mannen en zeer verschillend!
Egbert en ik hebben nog lang gepraat hoe hij zijn programma structureel zou kunnen financieren. Het aantal mensen dat opgeleid zou kunnen worden op het gebied van cultuureducatie en theatre for development is in Indonesië groot. Probleem is alleen dat zij niet een training kunnen betalen. Het blijft jammer dat Theatre Embassy geen subsidie meer heeft van de rijksoverheid, juist omdat in dit soort landen de professionalisering van cultuur goede invloed kan hebben op het toerisme, de horeca, het imago van het land, het behoud van culturele tradities en de werkgelegenheid. Ook hebben community art projecten een belangrijke functie om de bevolking voor te lichten. Voor mij is zichtbaar geworden hoe de theaterwereld hier werkt. De maker werken in het spanningsveld tussen de behoefte aan artistieke onafhankelijkheid, de weerzin tegen de overheid met haar spelletjes en corruptie en anderzijds het gebrek aan geld. De theatermakers hebben geld nodig maar het geld zal moeten komen van buitenlandse fondsen die de artistieke onafhankelijkheid garanderen.
Foto's volgen in de volgende blog

Hoe werkt het in Indonesie

De laatste twee dagen heb ik doorgebracht met Egbert Wits. Ik heb hem gevolgd in zijn werk en dat was heel erg inzichtelijk. Egbert is getrouwd met Nonnie (een Indonesische vrouw) en heeft een schattig zoontje Samoedra van 7 maanden oud. Het kind lacht de hele dag en ik heb hem alleen horen huilen toen hij een nare droom had. Egbert woont wat hoger in de heuvels in een soort vinexwijk. Naast hem woont een politieofficier die drie auto’s heeft. Opvallend rijk voor dat salaris. Hij toonde mij ook het huis van de eigenaar van het Ubuntuhuis die in zijn normale leven een “simpele”baan heeft. Mensen weten echter slim rijk te worden. In dit kader hebben we veel gesproken over corruptie en de wijze waarop hier zaken geregeld worden in Indonesie.
Zo waren we in de immigrationoffice waar honderden mensen aan het wachten waren op hun paspoort. Als het meezit, ben je soms na vier dagen klaar. Op het kantoor lopen mannetjes die het sneller kunnen regelen door een bedrag aan een overheidsfunctionaris te geven. Het is daarom in het belang van de beambten dat e.e.a. zo traag mogelijk verloopt zodat ze zo af en toe kunnen bijverdienen. Egbert was maandagochtend zeker vier uur op dit kantoor geweest om zijn visum te regelen, dit moet hij nu elke maand doen en het kost hem zo’n 15 uur per maand. Tijdens die lange uren, legden opeens alle medewerkers zeker twintig minuten het werk stil omdat er een interview was met een beroemde voetballer die a.s. woensdag de finale van de Asiacup gaat spelen. Heel Indonesie staat hiervan op zijn kop en niets is belangrijker dan dat. Uiteraard is er gedoe ontstaan om de kaarten. Ieder mocht zo’n 5 kaarten kopen bij een aantal verkooppunten. De gewone man had uitgerekend dat dan minstens 1.000 kaarten per verkooppunt verkocht zouden worden. Na 400 kaarten was het echter al op. Uit ongenoegen werd de verkoper in elkaar geslagen, in plaats van de vips en de machtige mensen die de kaarten achterover hadden gedrukt.
Een ander verhaal is dat van Iman Soleh, een theatermaker die we ontmoet hebben. Hem werd gevraagd een voorstelling op te voeren op het Nederlandse Tom Tom festival (?). De overheid gaf alleen toestemming als zij de helft van het reis- en verblijfsgeld konden gebruiken om mee te gaan samen met hun familie. Het is toen niet doorgegaan omdat de groep toen niet meer meekon.
De machtigste man is stinkend rijk (multmiljardair). Hij boort naar gas en dat daarbij een heel dorp onder water komt te staan, ach daar heeft hij maling aan. We zijn langs een huis gereden dat bovenop berg staat en zo groot is als een voetbalveld. Zijn huis schijnt nog groter te zijn. Om bij het volk in een goed blaadje te komen, heeft hij nu 20 hectare aangeboden aan het voetbalelftal om daarop een trainingscentrum te bouwen. Ondertussen krijgen de bewoners van het ondergelopen dorp geen cent uitbetaald.
Op straat staan soms wachthuisjes en poorten waar je aan een mannetje 1000 rupiah moet betalen (nog geen tien cent). Vaak zijn dit soort baantjes gecreëerd door mensen met meer macht die zorgen dat hun familie ook wat kan verdienen. Om iets gedaan te krijgen moet je mensen met macht kennen en Egbert zei cynisch: “In Indonesie hoef je er niet eens een goed verhaal bij te hebben, zoals in Nederland nog wel het geval is als je je vrienden iets vraagt.”

donderdag 23 december 2010

Foto's bezoek SNV

De biogasinstallatie bij de boer

Op het speciale gasstel wordt gekookt met biogas

Groepsfoto

Twee foto's van de werkplaatsen waar materialen
worden gemaakt voor de installaties en gasbranders


Twee foto's van het dorp Lembang

woensdag 22 december 2010

SNV bezoek

Op dinsdag heb ik een werkbezoek gebracht aan projecten van SNV en Hivos. Ik werd opgehaald en we reden hoog de bergen in, naar Lembang. Daar ontmoette ik Sundar en Jan die voor SNV werken. Jan werkt in Cambodja en Sundar stuurt o.a. de regio in Indonesie aan. SNV doet niet veel in Indonesie maar wordt door Hivos betaald om biogasinstallaties neer te zetten.
E.e.a. was aangekondigd als een bezoek aan biogas plants dus ik was in de veronderstelling grote fabrieken te zien. Tot mijn verbazing kwamen we echter bij een boer die op zijn erf een biosgastank heeft. Een kleine installatie waar hij koeienmest in gooit. Hieruit wordt in een ondergrondse tank gas gewonnen waarna de overgebleven smurrie gebruikt wordt voor het bemesten van het land. Met het gas kan het gezin koken. Voor een dergelijke installatie zijn zeker drie koeien nodig dus eea is voor iets meer vermogende boeren. De schoonmoeder van Egbert vertelde me namelijk later dat veel boeren slechts een koe hebben omdat een koe erg duur is, zeker 600 Euro. De gehele installatie kost zo’n 600 Euro waaraan de boer zelf 2/3 meebetaalt middels een microkrediet. De rest wordt gefinancierd door Hivos.
De vrouw van de boer bespaart door de installatie heel wat uren nu ze niet langer zelf hout moet verzamelen , in Cambodja zo’n drie uur per dag en in Nepal twee uur per dag. Deze tijd zouden vrouwen kunnen gebruiken voor alfabetiseringscursussen. Of dat al gebeurt werd mij niet meteen duidelijk.
De gehele aanpak is niet alleen goed voor het milieu (CO 2 reductie)  en het inkomen van de boer, ook de streek profiteert er van. Jonge mensen worden ingezet om de materialen te maken voor de tankinstallatie en de gasbrander.  Na het bezoek aan twee boeren, hebben wij hen ook aan het werk gezien. Alle onderdelen worden zelf gemaakt met zeer beperkte middelen.  Ipv een compressor wordt bijvoorbeeld een provisorische fietspomp gebruikt. Jan vond de workshop (werkplaats) niet goed en bepleitte dat SNV een andere machine zou laten brengen. Ook gaf hij advies over veiligheid en de bouw van de diverse onderdelen. De plek zelf was klein, rokerig en onoverzichtelijk. Ook dat moest anders.
Overigens waren de dorpjes prachtig met Nederlandse accenten zoals wit gehaakte gordijntjes, huizen die dicht op elkaar staan en voortuintjes.
Het is duidelijk dat SNV de technische kennis goed kan overdragen. De bedoeling is dat het komende jaar het aantal installaties wordt uitgebreid van 16 naar 1100 in dit gebied. In Oost-Java staan er al zo’n 1200. Het is een mooi, zichtbaar en concreet project waar SNV trots op kan zijn. Het is jammer dat SNV nu zoveel kritiek krijgt over het salaris van de directie want het werk wat SNV doet heeft veel impact en zet diverse ketens van werkgelegenheid op. 
Foto's komen in de volgende blog

maandag 20 december 2010

foto's Bandung

In de studio, Maritta interviewt Fanny. Tweede foto is de stdio aan de buitenkant.


Anna regisseert de kinderen.

Een paar foto's van kinderen die mee doen.


Grace van zes jaar


Fabby

Bij de sociale dienst met Maya en Linda

Bandung 2

Ik volg het project van Ubuntu en het is interessant te zien hoe eea verloopt. In vier wijken is men aan het werk. Renske is ziek geworden en Anna, een 24 jarige actrice van Main Theater doet nu de regie. Gisteren werd er gerepeteerd op een parkeerterrein. Anna had er goed de wind onder en alle kinderen letten goed op. De pubers luisterden ook goed en deden ook mee.
Het stuk zal gaan over het leven op straat en een meisje speelde vol vuur een moeder die haar kinderen weer de straat op stuurt. Alle kinderen hebben eigen plekken waar ze proberen geld te verdienen. 30.000 is meestal de target. Ubuntu gaf hen drinken en een klein snackje. Bij elke repetitie krijgen de kinderen eten. Eerst was het de bedoeling dat de ouders gingen koken maar dat is nog niet tot stand gekomen.
Het was triest te zien dat Grace (zes jaar) serieus had mee gerepeteerd en na afloop met een vriendinnetje achter ons aan liep, op weg naar haar werkplek. Zes jaar oud, alleen op straat, oversteken over  drukke kruispunten en tot diep in de avond aan het werk. De overheid zegt dat er geen straatkinderen zijn maar de straten geven ene ander beeld. Dat de overheid gratis school heeft geregeld is leuk, maar de boeken en de schooluniforms moeten nog wel betaald worden. Ubuntu geeft hen weer even de mogelijkheid kind te zijn. Batera de partner organisatie is bezig de kinderen echt van straat te krijgen. Dat is niet gemakkelijk want veel kinderen zijn niet anders gewend. Ze hebben er ook veel vrijheid, hun vrienden zijn daar en het is soms prettig niet thuis te hoeven zijn. Er zijn kinderen die tien broertjes en zusjes hebben in een veel te klein huisje. Er zijn ouders die hun kinderen mishandelen maar er zijn ook ouders die liever willen dat de kinderen niet de straat op gaan. Het is nog niet zo gemakkelijk echt goed te bedenken welke aanpak het beste zou helpen .
Op maandag hadden we eerst een afspraak met de sociale dienst, Ubuntu en Batera. We zaten in te diepe stoelen te praten met een coördinator. Veel vriendelijke woorden over en weer, vriendelijk informeren naar elkaar, complimenten over het project. Dat alles om er voor te zorgen dat er een datum voor een voorstelling zou worden gepland die door de sociale dienst werd georganiseerd. Ik vertelde dat ik in de city council had gezeten en de directeur van de sociale dienst in Amsterdam zou vertellen hoeveel goed werk de Indonesische dienst doet. Zij willen meewerken en wij hebben hen gevraagd ook mee te werken aan een meer duurzaam programma. Daar wilde men wel. Er worden kleine stappen gezet in zo’n gesprek , zeker als je beseft dat dit de vierde afspraak was die hier over ging. Misschien dat ik nog de head of the department te spreken krijg deze week.
Hierna gingen we ergens proberen te faxen, ik moet nl mijn officiële aanmelding sturen voor de Provinciale Staten. Dat is in twee stappen gegaan. Bij een bevriende organisatie kon ik het formulier printen. Bij een internetcafé werd het ondertekende formulier gescand en thuis kan ik het dan mailen. Alles kost tijd en duurt langer.
Hierna hebben we geluncht met Theatre Embassy, Ubuntu en Main Theater. Doel van het gesprek was te kijken of we gezamenlijk een cultureel centrum kunnen opzetten. Iedereen heeft andere belangen maar er is wel goed gevoel bij inhoudelijke samenwerking. Main Theater wil graag meer sociale projecten doen, zij spelen al veel stukken van o.a. Bertold Brecht die over sociale thema’s gaan. Uiteindelijk hebben we afgesproken dat er wat gesprekken gevoerd gaan worden met fondsen en de overheid om na te gaan waar in Bandung het meest behoefte aan is. Een soort Pakhuis de Zwijger, verzamelgebouw  voor tal van culturele organisaties of een Sociaal Instituut dat theatre for development kennis verder verspreidt en ontsluit. Het is jammer dat ik het vervolg niet kan volgen want dat zal in januari zijn.

zaterdag 18 december 2010

Druk Bandung

Druk, druk Bandung
Toeterende auto’s, honderden scooters, bedelende kinderen, opdringerige verkopers, schreeuwende reclames. Ik sjees achterop een zogenaamde O jack (scooter) door Bandung. Het is druk, warm en iedereen is ergens naar toe op weg.  Als je de auto neemt, kost het je soms twee tot vier uur om ergens te komen. Met de scooter ben ik ergens veel sneller.
Gisteravond ben ik aangekomen. Ik zit in een huis met 4 vrouwen. Men werkt in vier wijken en geeft workshops aan straatkinderen. Een van die workshops zal een voorstelling worden eind februari. Maya richt zich met name op beeldende kunst. Linda heeft de moeilijkste groep onder zich. Zij spreekt het best de taal en heeft al vaker in Indonesie gewerkt. Renske regisseert de voorstelling. Maritta filmt en maakt een documentaire van het gehele project. Allemaal vrouwen die het lef hebben om dit te doen. Met alle hobbels die er zijn. Op de site van Ubuntu zijn overigens diverse filmpjes van het project te zien. (http://www.ubuntutheatre.org/).
Ik heb al veel met iedereen gepraat en ieder geeft op zijn eigen manier aan dat het zwaar en intensief is. Na een dag doemen veel vragen bij me op. Ik heb met Marieke het beleidsplan van Ubuntu geschreven en een van de doelstellingen is de kinderen zelfvertrouwen te geven. Interessant is dat de kinderen in een onderzoek van Linda aangaven dat ze veel zelfvertrouwen hebben. Ik kan me dat antwoord ook wel voorstellen. Vandaag heb ik kinderen gezien die stoer, introvert, gepantserd waren.  Ze hebben allemaal al geleerd om te kunnen overleven op straat. Het is daar hard, onveilig en de kinderen zijn het liefst in groepen om te kunnen overleven. Veel kinderen hebben wel ouders maar zijn op straat om bij te verdienen voor o.a. hun schooluniform, familie etc. Ik zag vandaag een kind van nog geen drie die al enorm assertief was en zich het kaas niet van het brood liet eten toen hij door een paar grotere jongens geplaagd werd.
Ik heb een aantal pubers gevolgd die met elkaar muziek maken Zij zullen de muziek verzorgen in de voorstelling. Maritta en ik moesten eerst op een druk kruispunt een uur wachten tot de kinderen er waren. We gingen in een stadsbusje en kwamen uiteindelijk bij een studio. Deze was op zondag ingepland dus toen moesten we wat anders bedenken. Uiteindelijk bleek een andere studio vrij te zijn. De studio was een heet kamertje waar een drumtoestel stond, een paar electrische gitaren en boxen die niet goed waren afgesteld. Alles knetterde, zoemde, trilde. De kinderen gingen desondanks niet onverdienstelijk spelen en zingen. Toch bleek dat ze weinig met elkaar speelden en hun concentratie gering was. Er was geen docent en men nam weinig aan van Maritta. Ze zijn niet gewend zich te conformeren aan wat een oudere zegt. Als het hen niet beviel, deden ze wat ze liever zelf wilden doen.
En de vragen die ik heb, zal ik nog even bewaren tot ik meer heb gezien. Wel heb ik vanavond veel gekletst met de meiden over hun ervaringen. Het is nu al weer laat dus ik rond deze blog af. Bandung, heel erg anders maar goed om er een week te zien hoe ontwikkelingssamenwerking in de praktijk werkt.

donderdag 16 december 2010


Hier boven zitten we bij het bezoek aan de Business Tempel. De onderste foto's is van de tempel op woensdag en de charismatische priester.


Temukul 3

Op zondag werd er al hard gewerkt door Daya (dit is echt haar naam, dus niet Dahoe of Ahoe) en haar zus om het tempelbezoek voor te bereiden. In dit geval is het niet door een tempel lopen en alles in je opnemen. We zouden mee doen aan het offerritueel om te ervaren hoe de hindoe’s hun religie beleven. Elke dag doet Dahoe in de vroege ochtend offers rondom het oord. Ze legt offers bij een aantal kleine tempels en voor de deuren. Ook wordt geofferd bij de zee. Alles voor blessings en geluk. Dinsdagavond heb ik meegeholpen om dit voor te bereiden. Er worden 30 kleine mandjes gevuld met diverse ingrediënten: een stukje banaan, nootjes met daarop een stukje gekookt ei, mentos, koek, rijst en een klein bloementuiltje dat in een zelf gemaakt mandje zit. Het vergt veel geduld met veel oog voor details, alles moet op de goede plek liggen en wordt met zorg gemaakt.
Voor het tempelbezoek werden grotere manden gevuld met veel fruit, eten, bloemen e.d. Op maandag gingen we op weg, Christa, Evert, Dahoe, August (de bedrijfsleider) en ik. We reden ruim een uur door rijstvelden, wegen vol scooters. Eerst kochten we nog verse bloemetjes die van groot belang zijn voor de offers. Eerst bezochten we een complex die uit meerdere tempels bestond. Bij de eerste tempel werd aandacht besteed aan de wensen, de tweede was de tempel van business en blessings. Bijzonder was dat deze laatste tempel een trap had die met geel-goud was versierd. Twee verschillende priesters zongen bij deze twee ceremonies een murmelend lied en deed allerlei rituelen met de bloemen en het water. Het lijkt een beetje op het ritueel uit de RK-kerk waar het volk ook de zegen krijgt via het water en een kwastje. Bij het gebed hebben we een mandje bloemen voor ons dat we bij het gebed om hoog houden en daarna achter ons oor steken. Uiteindelijk zie je er prachtig uit met al die bloemen. Na het gebed zegent de priester je met het kwastje en moet je drie keer het water opdrinken en drie keer je gezicht wassen. Ik heb het gebed gebruikt voor een meditatie aan de hand van voorbereide woorden.
Hierna reden we naar een donker bos waar de tempel of healing was (gezondheid). Eerst dronken we wat cola/koffie om te wachten op de priester. Die kwam al snel aangereden op een scooter. Een indrukwekkende man met een grote baard. Overige glibberige wegen liepen we naar een tempel die verscholen lag in het bos. Het was een magisch gezicht. Ook hier weer een gebed en het ritueel met de bloemetjes. Plotseling kwam de warme regen uit de lucht gestort. Het werd eerst opgevangen door de bomen maar al ras stortte het zich over ons uit. De healing kwam ook van boven zo. Het toppunt was dat wij niet wat spetters kregen met het kwastje maar de priester gooide een emmer water over ons uit. Alsof we al niet nat genoeg waren. De regen zagen zij als symbool voor extra healing. Bij alle tempels werden de gemaakte offers gelegd en wierrook aangedaan. Een deel van het eten werd weer mee naar huis genomen. Ik vond het een magisch moment die veel indruk maakte vanwege de plek, de stilte, de regen, de offers. We glibberden weer terug en moesten door een enorme regenbui terugrijden. Gehuld in dekens luisterden we naar muziek en reden bijna stapvoets naar huis. Het water was weer hoog en je zag veel mensen trachten het water uit hun huizen te houden.
Op woensdag heb ik weer een ceremonie bijgewoond. Zo ontvang ik veel blessings en die je kan maar beter te veel dan te weinig krijgen. De priester hier had een heel zachtaardige uitstraling, je kon bijna niet zien of het een man of een vrouw was. Hij prepareerde zich zeer gedegen voor en werd bij de uitvoering geholpen door een daadkrachtige vrouw. Dahoe gaat ook opgeleid worden tot hogepriester en dan zal Evert het hele ritueel moeten kunnen ondersteunen. Deze ceremonie maakte ook veel indruk op. Er was weer heel veel tijd en aandacht besteed aan de voorbereidingen en de dag van tevoren had ik geholpen de manden te vullen met bloemen, fruit, zoetigheid etc. Uren en uren wordt hieraan gewerkt en alles moet perfect zijn. Ik hoop dat de foto’s in de volgende blog illustreren wat de sfeer was want het is niet zo goed te beschrijven. Misschien later in een gedicht.

woensdag 15 december 2010

Temukul 2

16 december
Ik ben al bijna een week in Lovina. Pantai mas is een goede plek om uit te rusten. We worden hier enorm verzorgd en vertroeteld. Pantai Mas wordt geleid door een Nederlandse man Evert en een Indonesische vrouw, Dahoe geheten en niet Ahou wat ik er eerst van maakte. Daarnaast is er een kleine staf van 7 mensen. Het oord ligt direct aan zee, er is een zwembad en een prachtige tuin.  
Er is een Duits meisje dat hier al zes weken is, een Nederlands stel, Jeannette en Gert-Jan en Christa. We eten gezamenlijk bij de lunch en het diner en daardoor leer je elkaar snel kennen. Het eten is meestal kip of vis met rijst en vers gekookte groente. Bij het ontbijt kan je een pannenkoek eten, tosti of nasi goreng. Meestal eten we het ontbijt in een prieeltje aan zee. Ik lees veel, schrijf wat gedichten en zwem elke dag.
Onder mijn raam gaat om  5 uur de haan kraaien maar na twee dagen sliep ik er gelukkig doorheen. Ik ben twee keer op gestaan om half zes opgestaan om de zee op te varen en daar naar de dolfijnen te kijken. Helaas houden zij net zoals mensen niet van regen en duiken ze dan lekker onder water. Het stormt hier namelijk verschrikkelijk. Ook bij het hotel is aan zee een stuk weggeslagen van een plateautje waar we kunnen zitten. We zien mensen door water waden en hele huizen lopen onder. Van kennissen van Evert is een koe verdronken. Dit soort stormen kennen ze hier ook niet, zo veel en zo heftig. Het natuurgeweld is indrukwekkend. Gisteren ging de zee enorm te keer maar was er op het land geen wind, dat was ook bijzonder om te zien.
Zo af en toe is het droog, meestal in de ochtend. Op zondag ben ik met Christa naar een tempel en een warmwater bron gereden door twee jongens van de staf. Achter op een scooter. Het was een prachtige tempel met een mooie gebedsruimte en uitzicht op zee.

De warmwater bron was een soort zwembad waar met name de lokale bevolking zich doucht en wast.
Op zaterdag hoorde ik dat Renske ziek was. Zij werkt voor Ubuntu in Indonesie en had even vrij genomen en zat op Bali. Ik heb haar gevraagd of ze hier naar toe wilde komen en op zondag heb ik haar via een vriend van Ketut naar Pantai Mas laten brengen. Ze had de diagnose buiktyfus gehad en daar was ze erg van geschrokken. Het was wel wat vreemd want ze was in-geent in Nederland. De dokter kwam en we zijn op maandag naar het laboratorium gegaan. Uiteindelijk bleek ze een urineweginfectie te hebben en dat is goed te verhelpen met antibiotica. De dokter gaf haar goede aanwijzingen over eten en slapen en zei bloedserieus: ‘Be healthy, be sexy.’ De afgelopen dagen is Renske al snel opgeknapt. Iedereen zorgde goed voor haar en de zoon van Evert, Wimas, kookte allerlei soepjes. Hij zit op de koks-school in Zuid Bali en komt zo af en toe thuis. Een enorme beer van een jongen met een gouden hartje. Hij moest zondag weer terugrijden door de bergen en maakte zich daar zorgen over. Niet zo vreemd want het stormde flink. Donderdagavond kwam hij weer terug en was hij ruim een uur later dan hij had aangekondigd. Het water kwam tot het middel van de motor-rijders op de weg en hij had een boom van de weg moeten slepen om verder te kunnen rijden.
In mijn volgende blog meer over mijn bezoek aan de tempels

maandag 13 december 2010

foto's Temukul 1


Hierbij de foto's die horen bij Temukul 1.

 Foto 1: een tempelceremonie op weg naar Temukul



 Foto 2: een ceremoni aan de voet van een tempel, midden op een parkeerplaats


 Foto 4: het hotel, zwembad en uitzicht op zee inclusief een aankomende tropische regenbui
Foto 5: op weg naa Temukul, in het huis van Arjan

Temukul 1

Ik zit al weer een paar dagen in Temukul vlakbij Lovina. Met Ketut ben ik er naar toe gereden. Onderweg hebben we een paar tempels aangedaan. Een van de tempels kende Ketut zelfs niet. Op een parkeerplaats waren mensen aan het bidden, vlakbij de ingang van de tempel. Overal staan tempeltjes in Bali. Overal staan beelden met kleine offergaven. Het hele eiland ademt hindoeisme uit.
We maakten een mooie route langs de kust van Noord-Bali. Opeens zag ik de gestalte staan van Arjan naast wie ik had gezeten in het vliegtuig. We stapten uit en het bleek zijn broer te zijn. Ze waren bezig een stuk land te meten van de buurman die daar een duikschool wilde gaan bouwen. Arjan bleek een aantal prachtige villa’s gebouwd te hebben met een zwembad en aan de rand van de zee. In totaal heeft hij zeven villa’s gebouwd. Daarvoor mocht hij alleen maar met lokaal personeel werken die hij dan ook heeft opgeleid tot electricien, metselaar etc. OP een gegeven moment had hij zeventig mensen in dienst. Nu bouwt hij een huis voor een arme familie en zet hij zich verder in voor de gemeenschap. Het was grappig om in zijn huis rond te kijken en zalige dingen te eten en te drinken.
We aten een klein hapje in Singaranja waar helaas alleen maar Nederlanders zaten die oppervlakkige prietpraat hadden dat de 1 miljard die naar Indonesie ging van ontwikkelingshulp beter in Nederland kon blijven. Het eten was overigens zalig: allerlei vis met groente in een bananenblad. Bij binnenkomst op Pantai Mas leek er niemand te zijn maar al ras bleek dat we de ingang niet goed hadden gezien en werden we hartelijk ontvangen.
Pantai Mas is een soort hotel waar de gasten wat meer met elkaar op trekken. Ook zijn er mensen vaak langer. Een Duitse vrouw is er nu al zes weken en zij zal hierna naar India terug gaan waar ze werkt en studeert. In die zin lijkt het wel wat op Chateau Gressoux waar we deze zomer waren. Een mooie plek om tot rust te komen, een boek te schrijven, beter te worden etc.
Het oord is opgericht door een Nederlander Evert en zijn Indonesische vrouw Ahou. Het eten is heerlijk (we eten samen) en het hele oord is met veel zorg ingericht. Er is een zwembad, een prachtige tuin waar je kunt zitten en de kamers zijn ruim. Overal staan kleine  Boeddha beeldjes en elke dag doet de Ahou offers. Zij is geroepen om hogepriester te worden en zij moet daarvoor nog veel gaan leren. Ze heeft een hele zachte uitstraling. De eigenaren doen veel voor de gemeenschap. Vaak logeren er ook zieke mensen die overal zijn opgeven en die zij weer op de been helpen. Ook hebben ze veel aandacht besteed aan gehandicapte kinderen waarvoor inmiddels elders een opvanghuis is gekomen.

vrijdag 10 december 2010

en Jede met zijn schattige zoontje

foto's

Vandaag ben ik naar Noord-Bali gereden. Ik ga er binnenkort verslag van doen. Nu zal ik wat foto's plaatsen van mijn vebrlijf in Tirtanganga. De eerste drie zijn van de ceremonie van woensdag. Met veel zorg worden alle offers bereid in mijn homestay. Op de tweede foto poseert Jede trots et zijn zoon in de traditionele feestkleding. Op de derde foto offert een vrouw haar gaven. De vierde foto is het waterpaleis vlak bij zee. In de verte kun je Lombok zien liggen. De volgende twee foto's zijn resp. mijn kamer bij de homestay en het uitzicht over de rijstvelden. De laatste foto is het uitzicht van mijn nieuwe verblijf Pantai Mas vlak bij Lovina. Beide uitzichten zijn geweldig mooi.







donderdag 9 december 2010

8 en 9december

Op verzoek van een volger/mailer zal ik eerst beschrijving geven van the Middle of Nowhere. Tritatanga ligt in Oost Bali. Via een weg vol haarspeldbochten kwam ik in het dorpje aan.  Er is een grote weg en daarom heen staan wat huizen. Mijn homestay kan je vinden door na het dorp linksaf te slaan en een soort boerenweg af te wandelen. Er is een huis met daarachter een soort open keuken waar gegeten kan worden en waar de familie ook vaak zit. Daarnaast staan aan weerskanten kleine appartementjes. Ik heb een sobere kamer met twee bedden, een soort Ikea-kast en een schilderij met grote goudvissen. Daarachter is een cel waar de handdouche is  en een toilet. We kijken uit op een vallei vol rijstvelden. Op 8 december ben ik met Gede, de heer des huizes in de middag afgedaald en hebben we urenlang door de rijstvelden gelopen. Van plateautje naar plateautje. Via de kleine dijkjes waar het uitkijken is voor gaten, gladde stukken en doornen takken. Later kom ik gehavend weer thuis. Zo is niet alleen meer mijn gezicht rood maar nu ook mijn benen. In de verte kon je de zee zien en Lombok. Daar waar de rijst bijna klaar is om te plukken, hangen grote doeken en staan mensen op wacht om de vogels weg te jagen. Ook staan er tempels waar eens in het half jaar een groot rijstoffer wordt gehouden. In de tempeltjes liggen nog de restanten van de laatste keer.
In de ochtend mocht ik mee met de ceremonie. Ik kreeg een sarong zodat ik de tempels kon betreden. De mannen droegen een prachtige muts/haarband, de vrouwen waren zeer chique gekleed in mooie jurken. Zij droegen voorzichtig alle offergaven in manden op hun hoofd. Bij elke tempel zocht de vrouw de gaven uit en deed een ritueel met water en wierrook. De mannen gingen bidden en zaten gezellig te keuvelen. Bij het verlaten van de tempel werd het fruit en lekkers uit de offergaven weer meegenomen.  Wel zo slim als je weinig te eten hebt. Gemiddeld verdient een gezien vaak niet meer dan 5 tot 10 euro per dag! Het schoolgeld kost al gauw 1,5 euro per maand. Ik koop in de winkel voor 6 euro aan boodschappen: twee flessen water, twee flesjes cola, twee biertjes, een pak koekjes, twee zelf klaar te maken bakjes mie en een zakje nootjes. De mensen die ik spreek klagen er over dat de prijzen zo hoog zijn en hun inkomen niet stijgt. Bij aankomst heb ik per ongeluk een kruier 10 euro gegeven en niet 1 euro. Dat moet voor hem twee daglonen zijn geweest. 
We hebben drie tempels aangedaan en dat hadden er ook negen kunnen zijn, want dat aantal werd bezocht door de vrouw van Gede. Het was een mooi gezicht in al die tempels. Gede en Ketit hebben me wat meer over het geloof verteld. Er is een supergod en daaronder zijn er nog wat andere goden die in feite dezelfde God zijn. In de psychosynthese zouden we zeggen dat dit deelpersoonlijkheden zijn. Mensen kunnen overal om bidden, bijvoorbeeld dat hun motorbike niet kapot gaat en dat het gewas goed zal groeien. Er zijn veel regels waar mensen zich aan moeten houden maar de basis is dat mensen het goede moeten doen. Toen ik de Sarong kreeg zei Jede tegen mij dat dit voortkwam uit het karma: als je iets goeds doet voor een ander, komt er altijd wel iets terug uit het universum. Over het algemeen doen de Hindoe’s elke dag een offer. Uiteraard was ik de enige toerist. Iedereen lachte me toe en Jede kreeg uiteraard nieuwsgierige vragen. Ik hoop dat Jede nog eens Amsterdam doet met het cruiseschip en ik hem mee kan nemen, Amsterdam in.
Ik eet ’s avonds vaak rijst met satéstokjes, een gebakken eitje en een scherpe groentesoep. Ik mail via de laptop van de eigenaar en dat gaat erg langzaam. Ik raakte al verwend aan skype hoewel ik naar Monica alleen kon zwaaien en ze me niet kon horen. Hier kunnen we alleen mailen. Overigens vind ik beste gezellig ook mailtjes van familie en vrienden te krijgen hoor!
Op 9 december zou ik een uitstapje maken van 3 uur maar de gids hield het na 1.5 uu voor gezien en beweerde dat hij hier ook voor betaald was. Bij navraag had hij gewoon ene tour van 3 uur moeten doen. Ik baalde daar erg van. Ik heb de hele middag gedichten geschreven en boeken gelezen. Morgenochtend gaat Gede, de eigenaar va de homestay iets met me doen. Dat wordt voor dag en dauw op omdat ik om 10 uur wordt opgehaald door Ketut, de driver en gids van zaterdag, die me naar het volgende oorde brengt. Een oud mannetje kwam me een massage aanbieden en trok en rukte de armen bijna uit mijn lijf. Toen hij op de plek van mijn hernia wilde gaan staan, moest ik toch echt Nee zeggen. Vanavond ga ik Gede helpen met een plan hoe hij de school die hij heeft opgericht kan financieren. Ik hoop dat we iets leuks gaan bedenken.

dinsdag 7 december 2010

7 december

En nu ben ik Tirtaganga beland. Ik heb beperkt bereik met internet. Ik kijk uit over rijstvelden en woon bij een lieve familie met drie kleine kinderen. Morgen ga ik naar de ceremonie en ik hoop dat ik heerlijk ga slapen! Vandaag zijn in Bali ruim 5000 varkens geslacht voor het grote feest van morgen en ik heb bij de lunch al de sate er van mogen proeven. Verder regende het enorm, een echte tropische regenbui,. Ik heb door het dorp gewandeld waar iedereen druk is met de voorbereidingen voor het feest. Alles wordt versierd. Ik raakte in gesprek met Jede die zijn schattige kindje vasthield. Hij werkt als ober op een cruiseschip dat soms Amsterdam aandoet. Leuk om wat meer achtergronden te horen van het leven hier op Bali. Ik ga morgen met hem mee waarschijnlijk naar de ceremonie.  

6 december

De nachten zijn kort omdat het beest elke avond terugkeert. Iedereen denkt wat anders van een salamander, kikkers, slang tot kraai. Ik geef een beloning wie het goede antwoord weet. Uit pure balorigheid gooi ik mijn tennisbal richting dak die vervolgens niet meer terugkeert op aarde. Als ik eea de manager probeer uit te leggen (bal op dak), knikt hij vriendelijk Ja en doet niks. Met Ketut maak ik een klein uitstapje. We bezoeken een markt en dat is erg leuk. Veel lekkernijen en versiersels voor de ceremonie, vlees dat in de zon ligt te bakken, kippen die worden geslacht en onherkenbare groenten en vruchten. In Sangeh bezoeken we het apenpark, ook hier weer apen die niet verlegen zijn, eerder brutaal. Uiteraard wordt weer een tempel bezocht, nu Mengwi.
De vriendin van Ketut doet nog een poging de sms te maken. Ik kan nu wel in Indonesie sms-en maar niet naar Nederland. Een beetje jammer! Ik krijg een goede massage van een vrouw die mijn zere schouder onder handen neemt. Verder ga ik eten bij The Three Monkeys. Het eten is heerlijk: pasta en spinazie en cappuccino toe.  Die tennisbal wil ik eigenlijk terug. Als ik wankel op twee tafels ga staan, vind ik opeens mijn tennisbal weer in de klamboe. Waar ik die tennisbal voor nodig heb? Niet voor een spelletje maar tegen de pijn in mijn schouder!

5 december

 Gisteravond nog even geskypt met Monica en Maaike die worstelden met resp. gedicht en surprises. Hier is weinig Sinterklaassfeer. Wel bereidt iedereen zich voor op een groot feest as woensdag. Vandaag ga ik met de gids van Indonesia Online op pad. Hij wilde me alle toeristische tripjes laten zien terwijl ik toch had afgesproken dat ik het andere Bali zou zien. Volgens hem zijn er geen traditional villages. Omdat ik gisteren met Ketut al het nodige heb gezien, kost het me vrij veel geduld om hem er toe te bewegen niet dezelfde route te doen. We beginnen bij de op een grootste tempel van Bali waar ik aansluit bij een paar Chinezen uit Singapore. Het is groot tempelcomplex en mooi onderhouden. Op mijn verzoek rijden we naar Yeh Pulu waar een spirituele sfeer hangt. Er is een oud relief uit de elfde eeuw gevonden op een rotswand. Een oud vrouwtje geeft me de zegen die in dank aanneem. Hoe meer zegeningen hoe beter. Toch nog een beetje goede gaven op deze Sint-dag. De gids zet me af bij een weg en ik loop zelf een lange weg af door de rijstvelden. Er wordt hard gewerkt en een jolige pick-up vol jonge mannen lachen me toe.  De gids wil me dan naar het hotel brengen maar ik weet hem er toe te bewegen naar Bantuan te gaan. Op een zielig parkeerterrein eten we wat. Ik neem een bananenbroodje en een cola, hij eet nasi met zijn handen achter in de winkel. Hij brengt me naar een ‘traditional house’ waar een oudere man prachtige beelden maakt. In elke huis staat een tempel waar mensen hun offers brengen. Voor de komende ceremonie zijn alle tempels prachtig aangekleed inwit en geel. Op de terugweg laat hij de winkel van een vriend zijn waar vooral commercieel houtsnijwerk is (niet zo mooi) en rijden we langs de school van zijn dochter en zijn huis. We gaan uiteraard als vrienden uit elkaar.

Het hotel rijdt me ’s avonds naar restaurants en ik besluit vandaag iets uit de gids te gaan bezoeken Naughty Nuriss. De naam zou iets anders vermoeden maar er wordt vlees gebraden op een grote barbecue. Ik beland in de auto met een pas getrouwd koppel uit Taiwan die er ook gaat eten. Zij krijgen circa 50 cm spareribs, ik een zeer klein pootje van een kippetje en daarom bestel ik er nog wat sate bij. Ik raak in gesprek met een gezin uit Jakarta. Als ik aangeef me als Hollander een beetje te schamen voor ons verleden in Indonesie zegt de vader: ‘Laten we naar de toekomst kijken, dat is altijd beter’. Dat wordt voorlopig het motto van mijn reis niet meer terugkijken naar de afgelopen jaren, hooguit verteren, maar vooral weer toekomst gericht worden.

zaterdag 4 december 2010

Op de eerste echte dag in Ubud loop ik door de straten. Ik ben knalrood en het zweet gutst van mijn gezicht. Heel veel winkeltjes. Mannen die zich aanbieden als chauffeur. ‘Taxi, taxi’. Het museum toont drie zalen met Balinese kunst. Er staan een paar mooie beelden en er hangen wat schetsen, maar verder is het erg beperkt. In Monkey forest zijn de apen alles behalve schuw. Ze lopen met je mee, blijven zitten op het pad en voederen hun jonkies. Er staat een mooie tempel waar juist een ceremonie aan de gang is. De toeristen mogen er echter niet in. De hitte is erg vermoeiend. Ik eet al  rond 5 uur. Het is hier al om 7 uur donker namelijk. Ik heb lekkere sate gegeten en tijdens het eten kwam er een ceremonie langs. Wit geklede mannen en vrouwen in mooie sarongs. ’s Avonds emailen, skypen en een filmpje kijken. Ik kom steeds meer in de vakantie sfeer.
4 december. Ik heb slecht geslapen omdat een zwaluw of een andere vogel op mijn dakje een paar keer ‘kraait’.  Vandaag ga ik er op uit met Ketut die ik gisteren in de straten zag lobbyen voor een klus. Hij spreekt prima engels en weet veel van het gebied. We rijden in een goede wagen door het prachtige gebied. We zien een prachtig rijstterras waar in de hitte hard gewerkt wordt.  Hij voert me langs een paar heilige tempels. Opvallend is dat veel mensen helemaal in het water gaan en daar hun gebeden doen. In de olifantengrot bid ik mee met een oud mannetje. We rijden langs het Batur meer en de vulkaan die gelukkig niet is uitgebarsten. De lunch gebruiken we in een soort Van de Valk: veel keuze, smakkende Chinezen en een prachtig uitzicht op het meer. Mijn telefoon werkt nog steeds niet en Ketut brengt me naar een vriendin die er alles van weet. Helaas later op de avond is het nog steeds geen sms-en, wel bellen. Ik heb nu ook mijn volgende hotel geregeld na de volgende home-stay. Een soort kuuroord in Noord-Bali. Ik merk dat mijn hoofd al een stuk leger wordt, er zat behoorlijk veel in, maar hier in Indonesie lijkt alles erg ver weg. Vandaag heb ik ook  van het oude mannetje de zegen gekregen en krijg ik heel veel goede energie naar me toe. Vanavond heb ik een Balinese dans gezien. Meer dan vijftig mannen zongen in een kring en daartussen dansten de prachtig geklede dansers.


donderdag 2 december 2010

eerste dagen

Wat een eind vliegen. Precies 23 uur nadat Moon en ik in de auto stapten, loop ik het hotel in Ubud binnen. Ondanks de file en een omweg via het station, waren we tocvh ruim op tijd. De vluchten gingen verder prima. Richting Kuala Lumpur zat ik naast Nathalie die als touroperator van 333 travel veel bruikbare tips heeft gegeven. De vliegtuigfilm Eat, pray, love was een mooi begin van mijn reis naar Bali. (Het love-gedeelte speelt zich op Bali af met prachtige beelden. Tijdens de tweede reis zat ik naast Arjan, een geemigreerde Rotterdammer die ook weer tips gaf.

Kortom: ik weet zometeen feilloos de beste plekken te vinden. Het hotel ligt tussen de rijstvelden maar is ook vlak bij de stad Ik heb al vast een simkaart gekocht zodat ik bereikbaar ben en ik heb een hapje kip met rijst gegeten. Overal liggen kleine offers op de stoep, er schijnt een zesdaags offerritueel te gaan plaatsvinden. Ik hoop dat ik morgen iets van de ceremonie kan zien. De mensen zijn totdusver erg aardig. Mijn kamer is een huisje met twee verdiepingen. Het hemelbed kijkt uit over de rijstvelden, ik ben benieuwd hoe dat er morgen ochtend uit zal zien!

Langzamerhand word ik moe maar gelukkig heeft mijn rug het aardig gehouden tot dusver! Zometeen zie ik de zonsondergang over Ubud gaan. Morgen een beetje relaxen en bedenken wat ik de komende dagen ga doen of niet doen. Het is erg warm, circa 30 graden, heerlijk na al die ellendige sneeuw!

voorbereidingen 2

In Enschede heb ik skype geïnstalleerd en les gegeven. Eline was goed te horen en te zien. Ideaal medium! Vrijdag nog geborreld in P96 met mijn vrienden. Een mooie combinatie als je naar de beroepen kijkt. Een kunstenaar, interim-manager, fysiotherapeut, woordvoerder, schrijver, fotograaf, leraar, ontwerper etc. Verder nog de nodige leuke bezoeken en telefoontjes gehad van o.a. mijn zussen, ouders, andere vrienden.

donderdag 25 november 2010

Voorbereidingen Indonesie

Nog een paar dagen en dan start mijn reis naar het verre Indonesie. Ik ben benieuwd wat de reis me gaat brengen. Op deze blog kun je volgen wat ik doe en wie ik ontmoet. De komende dagen moet er nog veel gebeuren om alles goed achter te laten. Gelukkig blijft Monica thuis zodat ik de koelkast niet hoef teschoon te maken.