vrijdag 24 december 2010

Hoe werkt het in Indonesie

De laatste twee dagen heb ik doorgebracht met Egbert Wits. Ik heb hem gevolgd in zijn werk en dat was heel erg inzichtelijk. Egbert is getrouwd met Nonnie (een Indonesische vrouw) en heeft een schattig zoontje Samoedra van 7 maanden oud. Het kind lacht de hele dag en ik heb hem alleen horen huilen toen hij een nare droom had. Egbert woont wat hoger in de heuvels in een soort vinexwijk. Naast hem woont een politieofficier die drie auto’s heeft. Opvallend rijk voor dat salaris. Hij toonde mij ook het huis van de eigenaar van het Ubuntuhuis die in zijn normale leven een “simpele”baan heeft. Mensen weten echter slim rijk te worden. In dit kader hebben we veel gesproken over corruptie en de wijze waarop hier zaken geregeld worden in Indonesie.
Zo waren we in de immigrationoffice waar honderden mensen aan het wachten waren op hun paspoort. Als het meezit, ben je soms na vier dagen klaar. Op het kantoor lopen mannetjes die het sneller kunnen regelen door een bedrag aan een overheidsfunctionaris te geven. Het is daarom in het belang van de beambten dat e.e.a. zo traag mogelijk verloopt zodat ze zo af en toe kunnen bijverdienen. Egbert was maandagochtend zeker vier uur op dit kantoor geweest om zijn visum te regelen, dit moet hij nu elke maand doen en het kost hem zo’n 15 uur per maand. Tijdens die lange uren, legden opeens alle medewerkers zeker twintig minuten het werk stil omdat er een interview was met een beroemde voetballer die a.s. woensdag de finale van de Asiacup gaat spelen. Heel Indonesie staat hiervan op zijn kop en niets is belangrijker dan dat. Uiteraard is er gedoe ontstaan om de kaarten. Ieder mocht zo’n 5 kaarten kopen bij een aantal verkooppunten. De gewone man had uitgerekend dat dan minstens 1.000 kaarten per verkooppunt verkocht zouden worden. Na 400 kaarten was het echter al op. Uit ongenoegen werd de verkoper in elkaar geslagen, in plaats van de vips en de machtige mensen die de kaarten achterover hadden gedrukt.
Een ander verhaal is dat van Iman Soleh, een theatermaker die we ontmoet hebben. Hem werd gevraagd een voorstelling op te voeren op het Nederlandse Tom Tom festival (?). De overheid gaf alleen toestemming als zij de helft van het reis- en verblijfsgeld konden gebruiken om mee te gaan samen met hun familie. Het is toen niet doorgegaan omdat de groep toen niet meer meekon.
De machtigste man is stinkend rijk (multmiljardair). Hij boort naar gas en dat daarbij een heel dorp onder water komt te staan, ach daar heeft hij maling aan. We zijn langs een huis gereden dat bovenop berg staat en zo groot is als een voetbalveld. Zijn huis schijnt nog groter te zijn. Om bij het volk in een goed blaadje te komen, heeft hij nu 20 hectare aangeboden aan het voetbalelftal om daarop een trainingscentrum te bouwen. Ondertussen krijgen de bewoners van het ondergelopen dorp geen cent uitbetaald.
Op straat staan soms wachthuisjes en poorten waar je aan een mannetje 1000 rupiah moet betalen (nog geen tien cent). Vaak zijn dit soort baantjes gecreĆ«erd door mensen met meer macht die zorgen dat hun familie ook wat kan verdienen. Om iets gedaan te krijgen moet je mensen met macht kennen en Egbert zei cynisch: “In Indonesie hoef je er niet eens een goed verhaal bij te hebben, zoals in Nederland nog wel het geval is als je je vrienden iets vraagt.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten