maandag 17 januari 2011

Munduk

Munduk is een dorpje in de bergen. Het ligt hoog en het was er ook behoorlijk koud. Het waaide hard en regende er ook. We hebben zelfs de truien aangehad waarmee ik Monica vaak gepest had omdat ik verwachtte die niet aan te doen hier. Ondanks het weer waren het leuke en boeiende dagen.
We hadden een mooi huisje dat nagebouwd was van rijstopslagplaatsen. Met een trapje liepen we omhoog naar de kamer en keken vanaf ons balkon de vallei in. We waren een van de weinige gasten overigens.

We hebben weer een aantal prachtige rijstveldentochten gemaakt. De guide Putu keek wel gek op toen Monica haar boompjes fotografeerde in de rijstvelden. Een artist wordt hier toch meer gezien als iemand die handicraft maakt dan een persoon die zich met moderne interpretaties van het leven houdt. Omdat de bergen hier steil zijn, zijn de terrassen hoger met grotere wanden. De bebouwing is ruwer lijkt het wel. We waren onder de indruk van de boeren die met veel energie ploegen en planten. Vaak worden ze omringd door hun kinderen waar ze al werkende op letten. We eindigden onze tocht bij een koffiebranderij waar de koffiebonen gemalen worden. Een enthousiaste eigenaar die ons de komende dagen nog vaak vrolijk gedag zou zeggen. We voelden ons door alle vriendelijkheid van de dorpsbewoners al snel thuis. De tocht eindigde in de regen via een moeilijk stijl omhoog klimmend pad. We gebruikten als paraplu grote bladeren tegen de regen.

De volgende dag stonden we al vroeg op om naar de plaatselijke markt te gaan. Een tiental stalletjes in een smalle ruimte, propvol groente, specerijen en bloemen. Als ontbijt aten we kleine rijstpannekoekjes met bruine suiker bij een plaatselijk stalletje langs de weg. Putu kende uiteraard iedereen. Hij heeft gestudeerd en heeft een tijd gewerkt in allerlei hotels. Hij begon als gardenboy en klom op tot butler. Hij werkte een tijdje in de journalistiek en hield daarmee mee op na de aanslagen in Kuta. Nu is het hij manager van het hotel in Munduk en leidt ruim twintig personeelsleden. De mannen die er ook hun snackje naar binnensmikkelden, pesten elkaar uitgebreid als oude vrienden. “Hij hoort bij de monkeyfamily”.

In de middag liepen we samen weer de lange weg af naar het dorp beneden. Het grootste deel van het dorp ligt in een lint achter elkaar, daarmee deed het ons denken aan Wildervank uiteraard. Het tochtje leverde tal van leuke ontmoetingen op. Een man was een huizenbouwer samen met een Nederlander. We stapten een lagere school binnen waar ik de kinderen leerde waar Nederland lag. De kinderen begonnen spontaan en gezamenlijk liedjes te zingen. Ik heb ze het kinderliedje Hoofd, schouders, knie en teen geleerd wat er qua uitspraak vrij goed uitkwam bij alle kinderen. Na mijn stichtelijke woorden dat leren goed is om te doen, liepen we weer verder. We werden hartelijk uitgenodigd door een man en een vrouw die in een naaiatelier werkten. Ze gebruikten nog van die ouderwetse Singer -naaimachines die onze grootouders gebruikten en maakten daarmee de prachtigste kleren voor ceremonies. Ze lieten foto’s zien van hun kinderen die elders naar school gingen en meededen aan Balinese dansvoorstellingen. We aten nasi goreng in een plaatselijke warung. Op twee kleine krukjes konden we net in de kleine keuken kijken waar pannen, groente en kookgerei slordig door elkaar lagen. Het eten was overigens goed. In de kleine winkels konden we veel spullen kopen die gebruikt worden voor ceremonies. Omdat dit zo’n groot onderdeel uitmaakt van het leven hier, was het leuk te zien wat je allemaal kunt aanschaffen. Prachtige glinsterende doeken, schalen, offertafeltjes, wierrook, en bloemen. Met veel energie klommen we weer naar het hotel en regenden uiteraard weer nat.

Later op de middag ontmoeten we een bekende gamelan-composer, -bouwer en -speler I Made Trip. Hij liet ons op DVD het werk horen dat hij samen met zijn zoon componeerde. Hij speelt alles uit zijn hoofd en geeft ook de muziek van zijn voorouders door. Zijn zoon studeert nu muziek en kan de noten ook op schrijven. Daarmee wordt de muziek ook echt behouden. De gamelanmuziek uit Noord-Bali is wat speelser en sneller dan uit andere gebieden. Hij treedt ook in het buitenland op. Van hem hoorde ik eigenlijk weer hetzelfde verhaal als van de andere creatieven die ik gesproken heb. Hij moet hard werken om geld te verdienen. Hij geeft les, soms aan de Universiteit, hij treedt op en bouwt instrumenten. Veel musici werken ook in hotels en verdienen daar soms 20.000 Rupiah per avond, dat is nog geen twee Euro. De overheid doet weinig maar geeft wel een keer per jaar het prijzengeld voor het Balifestival. Uiteraard heeft hij al diverse keren gewonnen en stonden zijn prijzen te pronken naast de televisie. Met de scooter reden we via een tussenstop in de rijstvelden, naar een duizend jaar oude boom die overal zichtbaar was vanuit de vallei en trots en groots op de bergen stond. De wortels van de boom waren enorm en bood zelfs ruimte om er in te kruipen en te mediteren. Een indrukwekkend einde van dit bezoek aan Munduk en omgeving.

Pantai Mas 2

Vanuit Ubud reden we naar Lovina waar we twee nachten in Pantai Mas zijn geweest. Ik kon daar twee keer behandeld worden door de blinde monnik en dat heeft me goed gedaan voor mijn ‘frozen schoulder’. Ook Monica heeft ervaren hoe stevig en effectief hij masseert.

In Pantai Mas waren verder geen bezoekers behalve Brenda, een vrouw die na een lange ziekteperiode daar het komende half jaar zal verblijven en Evert en Dayu zal helpen met de administratie. We hebben via haar en Evert ruim 500 gigabyte aan films en muziek gekregen op een nieuwe harde schijf. Tijd om weer als discjockey te gaan optreden!

En deze keer lukte het wel om op dolfijnsafari te gaan. ’s Ochtends om half zes werden we opgehaald en op twee scooters naar het haventje vervoerd. In een klein bootje waar je achter elkaar moest zitten waarbij de boot in balans werd gehouden door twee grote ‘vleugels’ gingen we de zee op. Omdat de golven vrij hoog waren, was het helaas lastig de dolfijnen te zien. Uiteindelijk hebben we tussen de file van andere boten in enkele dolfijnen door de golven zien duiken. Toen de lucht betrok, gingen we snel weer terug naar de kant.

Monica leerde van Dayu hoe je offermandjes maakt. Een bezigheid waar veel vrouwen hier vaak uren mee bezig zijn. Na drie uur had Monica het zo’n beetje onder de knie. We hebben nog wat gewandeld en konden via de kleine transportbusjes die overal rondrijden, snel naar de winkels komen. Voordeel is dat ik nu de weg ken en de lekkere eettentjes ken.

We hebben aan tafel nog lang gepraat over toekomstplannen van iedereen. Deze vraag komt bij mij nu weer vaker terug nu ik snel weer in Nederland ben. Ik kijk regelmatig naar mijn mailtjes en ik heb me voorgenomen in ieder geval wat relaxter met alle informatie om te gaan. Als ik soms op de Nederlandse perssites kijk, valt me op hoe eenzijdig men in de media op Nederland is gericht en hoe weinig op het buitenland. Ook besef ik hoeveel tijd besteed wordt aan twitter, facebook, email, telefoon, blackberry, post, televisie, radio etc. Ik heb gelukkig weer het lezen van boeken herontdekt.

dinsdag 11 januari 2011

Ubud 2

Vanuit Amed hebben we een leuke tour gemaakt op weg naar Ubud. We hebben eerst het dorpje Tenganan aangedaan. Zij zien zichzelf als het uitverkoren volk van de koning der Goden Indra. Men richt zich sterk op rituelen en laat andere Balinezen op het land werken om zich hieraan te wijden. Kinderen worden al vroeg gescheiden en worden voorbereid op hun spirituele taken. Trouwen wordt hier allemaal geregeld en uitsluiting uit de gemeenschap gebeurt al snel als men zich niet aan de regels houdt. We zagen hoe een oude man oud-Balinese teksten overschreef op lontarpalm. Dit is een uitstervende kunst die nog maar weinig wordt beoefend. Ook hindoeisten gebruiken overigens palmbladeren om over de toekomst te leren en mensen wijze dingen te leren over hun karakter.

We deden hierna Sidemen aan waar een actieve weefproductie is. We konden in de fabriek zien hoe het design werd gemaakt door de mannen en verwerkt in garen en daarna door de vrouwen werd geweven in het goede patroon. Hoogtepunt van de dag was de Pura Besakih, een groot tempelcomplex met meerdere tempels. Helaas regende het enorm maar konden we wel genieten van de bijzondere architectuur met kleine dakjes boven elkaar. Het is de moeder aller tempels , de heiligste van alle tempels en alle dorpsgemeenschappen hebben hier hun eigen schrijnen en altaren. Ook zijn er thema-tempels zoals de businesstempel, die ik ook in een andere vorm bijTemukul had gezien.

Na deze mooie tocht kwamen we in Ubud aan waar we op de eerste avond hebben gegeten met Renske, Egbert, Nonnie en kleine Samoedra in de Three Monkeys. Het was leuk om ze hier weer te zien. Met Renske gaat het weer beter en ze zal snel terugkeren naar Bandung. Bijna hadden we het eten gemist omdat de bediening verzuimde te zeggen dat de keuken zou sluiten om tien uur. Zo gaat dat in Indonesië. Bij Egbert en Renske konden we gelukkig wat kilo’s boeken en tijdschriften achterlaten zodat we ruimte krijgen voor souvenirs. De volgende dag zou namelijk de zoektocht naar souvenirs starten die ongetwijfeld tot de laatste dag zal duren. De markt was een kleurrijk geheel van manden, sarongs en groente. Monica kocht op de eerste dag in Ubud een leuk Balinees tasje op de markt en moest nog even wennen aan het feit dat je flink moet afdingen. Gelukkig gebeurt dat met veel humor en dramatiek en daarna volgt een handdruk als de deal is gesloten. We liepen langs Cafe Lotus waar een prachtige tuin achter bleek te liggen. Een lange wandeltocht voerde ons naar de grote brug alwaar het Blanco Renaissance museum was. Wederom een particulier initiatief rondom een kunstenaar die in zijn uiterlijke verschijning Salvador Dali imiteerde. Een andere bezoeker merkte op: ‘De lijsten zijn mooier dan de kunstwerken’. Er lag wel een mooie tuin om heen met veel ara's.

In Ubud verbleven we in een leuke homestay waar we uitkeken op een vijver vol goudvissen. Met erg veel aandacht voor details zoals bloemen, kleine offertempels, beelden. En er woont een poppenmaker die daar ook voorstellingen gaf. . Uiteraard kregen we een voorstelling met Wajangpoppen en sprak men zo af en toe in het Engels. Een pop werd Monica uit Nederland genoemd, dat was wel grappig gedaan. Het leuke was dat de homestay midden in de stad lag terwijl het daar binnen erg stil was. Aanvankelijk was onze reservering niet goed gegaan en moesten we de eerste nacht even uitwijken naar een wat viezere homestay aan de overkant. De broer van de eigenaar sprak geen engels en had gewoon yes tegen mij gezegd aan de telefoon. Nee zeggen doen ze niet of aangeven dat men het niet snapt. Zo gaat dat in Indonesië.

Met Ketut maakten we vanuit Ubud weer een prachtige tocht langs geweldige uitzichten op rijstvelden. We bezochten een keramiekwerkplaats waar tientallen mensen potten draaiden en bakten. De mensen worden per gemaakt object betaald overigens. Ook bezochten we een vlinderpark waar heel veel soorten vlinders rondvliegen. Sommige leven slechts twee weken maar zijn wel wonderschoon. De tempel van Tanah Lot was ons einddoel. Prachtig gelegen in zee en bij de ondergaande zon een bijzondere sfeer. Uiteraard hebben we hier ook blessings gekregen wat weinig met spiritualiteit te maken had en meer met commercie. De priesters waren blij dat wij niet op de foto wilden na al die aanhalige en grijnzende Amerikaanse dames. We hebben wel twee foto’s laten maken door mannetjes die polaroidfoto’s maken zoals in Nederland in cafe’s gebeurt, op het strand.

’s Avonds hebben we in een warung (een lokaal restaurantje) gegeten. Over het algemeen proberen we afwisselend te eten. In de ochtend meestal pannenkoek met banaan of een tosti die hier jaffle wordt genoemd, fruitsalade of fruit-juice en koffie/thee. In de middag eten we soms brood dat we zelf kopen of eten we warm. Dat kan dan sate zijn, nasi goreng of soto ayam (kippensoep). In de avond eten we vaak groente zoals gado gado.
Ubud was in tegenstelling tot begin december een stuk drukker en hectischer. We waren eigenlijk blij dat we naar het rustige Noorden vertrokken de volgende dag.

zaterdag 8 januari 2011

Amed

Op 31 december heb ik Monica opgehaald van het vliegtuig. Leuk om nu samen verder te reizen. We maakten een lange reis naar Amed waar ons een paradijselijk huisje wachtte. Op 30 meter van het strand, uitzicht op een boedha beeld en ontbijt op het balkon. Enige nadeel waren een paar lawaaiige hippies die de hele dag muziek draaiden en daarbij hun baby heen en weer zwaaiden en daarmee onze rust verstoorden, afgezien van de zekere mate van kindermishandeling. Na meerdere keren vragen, begrepen ze eindelijk dat de golven de mooiste muziek zijn in het paradijs.

Oud en nieuw wordt hier gevierd met veel vuurwerk dat voor 12 uur wordt afgestoken. Rond 12 uur hebben we hard op enkele toeters geblazen die we langs de kant van de weg hadden gekocht. Daarna doken we weer ons bed in. Ik was moe van een nacht stappen en Monica had een jetlag. De dagen in Amed gingen voorbij met slapen, eten en naar de zee kijken.

Ik heb helaas een frozen shoulder opgelopen. Alles is stijf en ik kan bijna niet bewegen. Het heeft wel geresulteerd in een ontmoeting met diverse masseurs die duwden, trokken, aaiden, onduidelijke kruiden aanbrachten en advies gaven in het Indonesisch. De meest bijzondere ervaring was een oud vrouwtje waar ik in haar donkere huisje op bed werd gelegd. Er om heen stonden vier vrouwen te giechelen terwijl de kippen rondom mijn voeten rustig doorgingen met eten.

Ik heb heerlijk gesnorkeld en wist niet hoe leuk dat was. Wat een prachtige vissen: van donker bruine tot groene en blauwe.

Door Gede werden we opgehaald om naar een ceremonie te gaan in Tirtanganga. Het was leuk om hem weer te zien en Monica te laten zien waar ik daar geslapen heb. De ceremonie was erg bijzonder. In de tempel die in de rijstvelden stond kwamen honderden Hindoe’s samen. De vrouwen droegen manden vol met offers. De een nog mooier dan de ander. Omdat het allemaal niet in de tempel kon, werden er meerdere shifts gehouden. Mannen met opvallende hemden met een swastika (een hindoeïstisch teken dat Hitler gejat heeft) hielden de orde. Doel was blessings te vragen voor het gewas. Hoogtepunt was het gevecht om de rijst. De rijst was in balen verpakt en lag in het midden van de tempel. Op het signaal van een van de priesters vlogen alle jongens er op af om een rijstbundel te bemachtigen. Ieder die de rijst wist te verwerven, zou geluk krijgen. Wij kregen van een van de boys ook een hapje rijst. Dat het geluk al is begonnen, blijkt wel uit de mogelijkheid dat we de postcodeloterij hebben gewonnen. (Zeker weten doen we het nog niet omdat ik dit jaar wat loten heb afgezegd). Op de terugtocht brachten we nog even naar Gede 2 (de cruiseshipbutler) de foto’s van zijn gezin. Zijn familie sprak geen woord engels maar na een uurtje werden wij al door Gede gebeld uit Jakarta om uitgebreid bedankt te worden.

We hebben nog een hapje gegeten in de homestay en met Gede heb ik de folder doorgenomen die we voor zijn Kindergarten gaan maken. Hij had leuke foto’s genomen die we goed kunnen gebruiken.

maandag 3 januari 2011

Yogya 2

De andere dagen in Yogya vulden zich snel. Het internationale etentje met Joned en zijn vriend en Lucia uit Amerika was erg gezellig. Er waren genoeg aanknopingspunten voor een gesprek zoals de gezamenlijke theaterpassie. De vriend van Joned bleek te werken als hiv/voorlichter bij het World Population Fund en was een geanimeerde spreker. Ik sukkelde helaas in slaap tegen half elf omdat ik maar twee uur geslapen had.

De volgende dag ben ik naar Theater Garasi gegaan. Mijn driver, Muhti geheten, kwam me weer ophalen. Theater Garasi heeft twee toneelstukken gemaakt met Theatre Embassy. De Seagull en Man in the Street. Ik werd uitgebreid ontvangen en men lichtte toe hoe het gezelschap werkte. Leuk was dat de acteurs in een open ruimte die grensde aan het kantoor aan het repeteren waren voor een nieuwe show. Om artistieke stukken te kunnen maken, moet men ook hier slim opereren. Daarom geeft Garasi in januari een show die ze heel slim Broadway hebben genoemd om daarmee toeristen te lokken. Met de tien optredens hopen ze geld te verdienen voor andere producties. Verder ontvangt het gezelschap geld van Hivos.
Het decor en de kleding werden in dezelfde ruimte geproduceerd. Hier wordt met weinig geld veel bedacht en gemaakt. Zo liep een van de acteurs met een emmer op zijn hoofd te spelen als paard. En ook hier wordt weinig medewerking van de overheid ervaren. Ik ga proberen een van hun producties bij het Julidans festival onder de aandacht te brengen.

Wat de culturele organisaties slim hebben gedaan is een culturele map gemaakt van Yogya waar alle moderne galeries en theaters opstaan. Een uitkomst voor mensen zoals ik. Ik adviseerde Garasi bij de overheid de noodzaak van een goede culturele infrastructuur onder de aandacht te brengen. Dit is ook goed voor de economie, het aantrekken van buitenlandse bedrijven, de horeca etc.

In de middag werd ik door Vita op de motorbike rondgereden langs diverse kerken en gebedshuizen. Vita was een goedlachse gids waar ik al snel goed contact mee had. Ze werkt bij Via Via, een kleine reisorganisatie en café die in meerdere plaatsen op de wereld gevestigd zijn. Ze wist veel over religie te vertellen. We bezochten eerst de Pond of Kasihan waar men bij weliswaar hindoeïstische beelden, het animismegeloof beleed. Je kon wensen over de liefde doen bij een heilige boom en vijver en offers brengen. En uiteraard deed ik dat ook. Sommige mensen blijven de hele nacht in de vijver staan om op die wijze te bewerkstelligen dat de wens echt verhoord zal worden. Hierna bezochten we een protestants-katholieke kerk die sterk leek op de tempelzalen die ik eerder in Bali heb gezien. Geen kerkbanken, geen glas-in-loodramen maar een open ruimte waar iedereen op de grond zit. Wel een beeld van Maria en Jezus en buiten de ruimte een klein doopfont. De moskee leek qua architectuur weer sterk op de katholieke kerk. Bijzonder was dat de moskee ook gebruikt kan worden voor boedhistische en hindoeïstische offers en gebeden. Dat is nogal een verschil met Atjeh waar men de sharia wil invoeren. Men geeft misdadigers in het openbaar zweepslagen en laat hen rondrijden in een open wagen. De Indonesische overheid heeft grote moeite om hierin een standpunt in te nemen. De laatste kerk was de Chinese kerk die nu ook een officiële godsdienst is. De tempel bestaat uit veel dikke boedha’s, rode lampions en lichten. Ik mocht een fortune-ritueel doen. Dat betekende dat ik twee gekleurde blokjes op de grond moest laten vallen. Twee keer geel betekende nog een keer gooien. Rood en geel betekende het is mijn Lucky day, je mag door naar de volgende ronde. Na een rood-geel blokje gegooid te hebben, moest ik uit een bus met houtjes eentje laten vallen op de grond, door langzaam schudden. Of ik dit houtje mocht gebruiken zouden opnieuw de twee gekleurde blokjes uitwijzen die ik op de grond moest laten vallen. De blokjes wezen uit dat het houtje met nummer 64 er op niet mijn houtje was voor die dag. Gelukkig maar want toen we toch de bijbehorende test lazen was het een voorspelling over hoofdpijn, onheil uit de lucht en nog andere rampjes. Die waren dus niet van toepassing gelukkig.

Op donderdag 30 december ging ik in de ochtend met een fietstocht mee die ons voerde langs rijstvelden en dorpjes buiten Yogya. Komisch was te zien dat er naast de traditionele huizen een aantal stroken waren volgebouwd die sterk doen denken aan de huizen in Vleuten de Meern. De gids vertelde dat de huizen niet zo goed gebouwd waren als de huizen die door de mensen zelf werden gebouwd. We bezochten veel kleine ondernemers zoals een kroepoek- maker waar vier jonge jongens deeg maakten, door een pijp draaiden en onderaan de pijp in kleine vormen de kroepoek maakten. Ook zagen we mannen stenen maken in het land en kregen we een toelichting op de rijstplantage. Ook was er een serie stallen waar een cooperatie van boeren koeien stalden en ’s nachts bewaakten. We eindigden de tocht bij een familie. Hun huis was bij de aardbeving van 2006 compleet verwoest. Een jaar lang hadden ze in een tent moeten wonen met zes andere families. Daarna konden ze hun huis weer opbouwen en hun zaak (boerderij, verkoop producten, koken voor anderen) weer opbouwen. De impact van de actuele uitbarsting van de Merapi is ook groot. Naast de vele doden zijn er ook veel gezinnen nu in vluchtelingenkampen. Er zijn diverse toeristische tripjes hier naar toe maar ik vond dit niet zo kies om daar aan deel te nemen.

De gids vertelde ons nog het nodige Sultan. De sultan heeft veel gezag en er wordt meer naar hem geluisterd dan naar de president. Bij een opstand waarbij onlangs het hele plein volstond met boze boeren, kwam de sultan op het balkon en wist het volk met een paar woorden tot rust te brengen en te laten zitten. De sultan wordt dan ook gezien als haf god/half mens. Het volk van Yogha heeft besloten dat hij zijn hele leven sultan mag blijven en dat hij door middel van troonopvolging opgevolgd mag worden. Een van de vorige sultans had 31 vrouwen, dus er moeten heel wat vrouwen en mannen rondlopen die zich nageslacht van de sultan mogen noemen. Na deze wellustige sultan kwam een sultan met tien vrouwen en de huidige heeft er kennelijk nog maar een. Omdat hij slechts twee dochters heeft, zal het nog spannend zijn of de dochter sultan gaat worden. Waarschijnlijk wordt zijn broer de opvolger.

In de middag besloot ik nog even de stad in de gaan met Muthi. Hij wilde me perse naar allerlei batikwinkels brengen, maar ik persisteerde dat ik moderne galeries wilde zien. Ik bezocht er drie die inderdaad aansprekende moderne kunst hadden: de Langgeng Gallery, de Cemti Art House en Jogja Gallery. Ik heb tenslotte een batikwinkel van zijn familie gezien die toen weer zulke hoge prijzen vroeg voor lelijke werken dat ik bedankte voor het aanbod.

De middag eindigde met een massage. Je kunt hier voor circa 8 Euro een uur lang gemasseerd worden en over het algemeen is het ook behoorlijk goed hoewel niemand kan tippen aan mijn blinde monnik uit Pantai Mas. Yogha, Jogja of hoe je het ook schrijft, eindigde met een geestige chauffeur die me naar de airport bracht en met wie ik over en weer grappen maakte en die mij bij elke grap een High Five gaf over zijn schouder.

Yogha is zeker de moeite waard voor een verblijf maar mijn enige conclusie is: blijf ver weg van alle toeristische attracties en kijk uit in het verkeer want het is een stad met 4 miljoen inwoners, 0.5 miljoen scooters en 6.000 riksja’s.

dinsdag 28 december 2010

Yogykarta 1

Het is natuurlijk leuk om als bewoner van het Java-eiland en het complex Joggia nu daadwerkelijk te komen in Yogyakarta op Java. Ik had de stad iets te veel geromantiseerd en was in de veronderstelling dat het rustig, vreedzaam en oud was. Op de eerste dag werd mijn beeld bevestigd. Lommerijke wegen en veel bomen. Ik kon met drie vrouwen meerijden die een reuinie hadden. Sandra verkoopt handicraft over de gehele wereld en regelde dat ik ook mee kon rijden. Aniece is huisvrouw en Louslous is baas van een kuikenfarm. Ik werd de hele dag door haar meegetroond en liet het lekker over me heen komen. We bezochten een andere schoolvriend van hen die bij OLVG bleek te hebben gewerkt. Een beminnelijke man die vol trots zijn grote boomgaard liet zien vol verschilende vruchten.

We gingen lunchen en met zeven personen aten we voor in totaal nog geen tien Euro. En het was nog lekker ook: rijst met ei en sate. Hierna werd de dag wat rommeliger. We stonden eindeloos in de file om het paleis te bezoeken dat bij aankomst echter dicht bleek te zijn. Sandra wilde me meenemen op een tripje maandag en probeerde daarom een andere hotelkamer te regelen in het hotel waar zij en haar vriendinnen ook zouden logeren. We reden eindeloos rondjes omdat ze niet precies wist waar het hotel was. Bij aankomst enige tijd later, besloot ik toch naar het hotel te gaan dat ik geboekt had. Gelukkig werd dat wat sneller gevonden. Daar zit ik nu voor nog geen 12 Euro per nacht. Je betaalt hier meer voor airco en omdat ik dat niet gebruik bespaar ik flink! Tot maandagochtend.

Ik wilde naar het paleis lopen maar werd aangesproken door een vriendelijke man. Hij vertelde zeer overtuigend dat het paleis gesloten was omdat de sultan meetings had. Hij was zo vriendelijk me door te verwijzen naar een arts centre. Dat leek me wel wat als kunstminnaar. In een riksja werd ik er naar toe gefietst en vriendelijk ontvangen. Het gehele batikprocedé werd uitgelegd en ik werd aan de master of painting voorgesteld. Ik kon alleen die dag kopen werd me gezegd en ik zei nog dat me dat niet goed voor de business leek. Hij gaf me nog wat korting op het batik dat ik voor mijn ouders kocht hoewel ik het niet goedkoop vond maar ik heb natuurlijk graag iets over mijn familie. De man bracht me zelfs op zijn motor naar het paleis terug. Hij hield nog een soort psychologisch verhaal dat ik soft zou zijn en moest uitkijken. Ja, ja. Ik wist toen pas dat ik door hem en zijn kornuiten bedrogen was. Het paleis bleek gewoon open te zijn en een guide vertelde me dat ik moest uitkijken voor de batikmaffia. Ik had veel te veel betaald en ik had ook nog alle verhalen geloofd over de sluiting van het paleis. Ik moest er wel om lachen.

Na het bezoek aan het paleis werd ik overspoeld door opdringerige riksjarijders die om de twee meter proberen klanten te werven. Dat werd ik al snel zat, afgezien van het feit dat ik mamma mia werd genoemd wat al niet erg vleiend was. Ik besloot het centrum te ontvluchten en werd door een lief mannetje die ik op 65 schatte naar het moderne kunstmuseum Affinda gefietst. De man bleek overigens 47 jaar oud te zijn. Het museum was een oase met mooie schilderijen in een gastvrij gebouw. In Bandung had ik met Egbert ook al een dergelijk museum bezocht. Beide musea waren opgericht door de familie van de kunstenaar en draaide met name om het werk van deze kunstenaar. Affandi wordt vaak vergeleken met Van Gogh qua verfgebruik en het werk sprak me zeker aan. Ook had hij het lef mensen af te beelden wat niet mag van het islamitische geloof.

Op de terugweg reed Mudi, de riksjafietser, nog langs twee andere schilderijverkopers. Ik zag gelukkig nergens het werkje dat ik had gekocht eerder op de dag. Toen ik Sandra later op de avond het verhaal vertelde, moest ze vreselijk lachen om mijn goedgelovigheid. In al die vier weken heb ik maar een paar van deze foutjes gemaakt, het had erger gekund. Je kunt dergelijke vergissingen overigens ook als een gift zien. Zo had ik twee kruiers bij aankomst in Bali 100.000 rupiah gegeven in plaats van 1.000. Dat is zeker twee tot drie dagen inkomsten voor hen. Een van hen durfde aanvankelijk zelfs nog meer te vragen. Toen ze wegliepen zag ik ze vreemd genoeg bijna juichen. Pas later had ik door waarom ze zo blij waren.

’s Avonds at ik bij Via Via waar veel expats komen en je gewoon tomatensoep kunt eten en goede cappuccino drinken. Dat is weer even heerlijk en ik geniet er van na al die weken rijst, sate en weke groente.

Op maandagavond werd ik opgehaald door Sandra en reden we naar een discotheek. We reden zeker drie keer over dezelfde weg en het kostte veel tijd om de weg te vinden. Het is hier heel gebruikelijk om iemand de weg te vragen die op straat staat te hangen, te wachten of te eten. Ook staan er overal mannetjes die helpen auto's uit te parkeren en politieagenten die chaotische verkeer regelen. Het vinden van de weg wordt overigens wel lastig als iedereen maar wat zegt om aardig te blijven. Toen we aankwamen bij Cesar waren we echter drie kwartier te vroeg. Ik voelde me nu echt een oude vrouw. Het was een gigantische ruimte die overigens geen dansvloer had. Er was een band die optrad en een dj en vj (een vj draait filmpjes die passen bij de muziek) die muziek draaiden. We hebben stiekem gedanst vanaf onze stoel en gezellig gekletst. De zaal werd met name gevuld door jonge knullen vrouwen die volgens Sandra met name prostituees waren. Meisjes van soms nog geen 17 jaar oud.

Ik was pas half twee thuis en viel gelijk in slaap. Dat was maar goed ook want om 5 uur zou ik vertrekken naar de Borobudur. De Borobudur vind ik nog het best te vergelijken met de mayatempels die ik in Guatamala heb bezocht. Daar gingen we destijds ook heel vroeg naar toe en hoorden we het oerwoud ontwaken. Een magisch moment. Hier zagen we in de verte de Merapi zich ontdoen van de mist en langzaam in al zijn grote machtigheid optorenen. Op de weg naar de Borobudor hebben we nog huizen gezien die waren verwoest door het vulkaanas. Mensen waren nog druk bezig de lava te verwijderen. Mij is verteld dat de inwoners van Yogya zeer ruimhartig mensen hebben opgevangen en in huis genomen.

De Borobudur werd al snel in beslag genomen door geluiden. Niet van de apen en vogels uit het oerwoud zoals destijds in Guatemala maar door pubers die al giechelend aan ons vroegen of ze met ons op de mochten mochten. Wij bleken voor hen grotere attractie te zijn dan de tempel. Men kon niet echt uitleggen waarom men dit zo graag wil. Kennelijk is het leuk te vertellen dat je vrienden hebt in Amerika en Nl. Ik zal in ieder geval de komende jaren op tal van facebookpagina's te zien zijn als vriend van Indonesische pubers.

Ik was zelf wel onder de indruk van het gebouw dat behoorlijk onderhouden is en al in de 8e eeuw is gebouwd door slaven. Ik trok op met de Amerikaanse Lucia die een theatergroep bleek te leiden. Ze houdt zich ook bezig met theatre for development en richt zich met name op cultuureducatie. Het was leuk om haar te leren kennen en ik heb haar veel verteld over mijn bezoek aan Ubuntu en Theatre Embassy. De tweede tempel was ook indrukwekkend. Ook hier werden wij weer vaak op de foto gezet door pubers, ouderen en zelfs hele gezinnen. Het uitstapje eindigde met het drinken van een kokosnoot en de afspraak dat ik in de avond wat met Lucia zou gaan eten. En dat gaat zometeen gebeuren. Ik heb Joned ook uitgenodigd en ik kan me voorstellen dat ze heel wat kunnen uitwisselen als professionals onder elkaar.

maandag 27 december 2010

Foto's Solo


Foto's uit Solo: de batikmarkt, het paleis, het amusementspark en de voorstelling