dinsdag 11 januari 2011

Ubud 2

Vanuit Amed hebben we een leuke tour gemaakt op weg naar Ubud. We hebben eerst het dorpje Tenganan aangedaan. Zij zien zichzelf als het uitverkoren volk van de koning der Goden Indra. Men richt zich sterk op rituelen en laat andere Balinezen op het land werken om zich hieraan te wijden. Kinderen worden al vroeg gescheiden en worden voorbereid op hun spirituele taken. Trouwen wordt hier allemaal geregeld en uitsluiting uit de gemeenschap gebeurt al snel als men zich niet aan de regels houdt. We zagen hoe een oude man oud-Balinese teksten overschreef op lontarpalm. Dit is een uitstervende kunst die nog maar weinig wordt beoefend. Ook hindoeisten gebruiken overigens palmbladeren om over de toekomst te leren en mensen wijze dingen te leren over hun karakter.

We deden hierna Sidemen aan waar een actieve weefproductie is. We konden in de fabriek zien hoe het design werd gemaakt door de mannen en verwerkt in garen en daarna door de vrouwen werd geweven in het goede patroon. Hoogtepunt van de dag was de Pura Besakih, een groot tempelcomplex met meerdere tempels. Helaas regende het enorm maar konden we wel genieten van de bijzondere architectuur met kleine dakjes boven elkaar. Het is de moeder aller tempels , de heiligste van alle tempels en alle dorpsgemeenschappen hebben hier hun eigen schrijnen en altaren. Ook zijn er thema-tempels zoals de businesstempel, die ik ook in een andere vorm bijTemukul had gezien.

Na deze mooie tocht kwamen we in Ubud aan waar we op de eerste avond hebben gegeten met Renske, Egbert, Nonnie en kleine Samoedra in de Three Monkeys. Het was leuk om ze hier weer te zien. Met Renske gaat het weer beter en ze zal snel terugkeren naar Bandung. Bijna hadden we het eten gemist omdat de bediening verzuimde te zeggen dat de keuken zou sluiten om tien uur. Zo gaat dat in IndonesiĆ«. Bij Egbert en Renske konden we gelukkig wat kilo’s boeken en tijdschriften achterlaten zodat we ruimte krijgen voor souvenirs. De volgende dag zou namelijk de zoektocht naar souvenirs starten die ongetwijfeld tot de laatste dag zal duren. De markt was een kleurrijk geheel van manden, sarongs en groente. Monica kocht op de eerste dag in Ubud een leuk Balinees tasje op de markt en moest nog even wennen aan het feit dat je flink moet afdingen. Gelukkig gebeurt dat met veel humor en dramatiek en daarna volgt een handdruk als de deal is gesloten. We liepen langs Cafe Lotus waar een prachtige tuin achter bleek te liggen. Een lange wandeltocht voerde ons naar de grote brug alwaar het Blanco Renaissance museum was. Wederom een particulier initiatief rondom een kunstenaar die in zijn uiterlijke verschijning Salvador Dali imiteerde. Een andere bezoeker merkte op: ‘De lijsten zijn mooier dan de kunstwerken’. Er lag wel een mooie tuin om heen met veel ara's.

In Ubud verbleven we in een leuke homestay waar we uitkeken op een vijver vol goudvissen. Met erg veel aandacht voor details zoals bloemen, kleine offertempels, beelden. En er woont een poppenmaker die daar ook voorstellingen gaf. . Uiteraard kregen we een voorstelling met Wajangpoppen en sprak men zo af en toe in het Engels. Een pop werd Monica uit Nederland genoemd, dat was wel grappig gedaan. Het leuke was dat de homestay midden in de stad lag terwijl het daar binnen erg stil was. Aanvankelijk was onze reservering niet goed gegaan en moesten we de eerste nacht even uitwijken naar een wat viezere homestay aan de overkant. De broer van de eigenaar sprak geen engels en had gewoon yes tegen mij gezegd aan de telefoon. Nee zeggen doen ze niet of aangeven dat men het niet snapt. Zo gaat dat in Indonesiƫ.

Met Ketut maakten we vanuit Ubud weer een prachtige tocht langs geweldige uitzichten op rijstvelden. We bezochten een keramiekwerkplaats waar tientallen mensen potten draaiden en bakten. De mensen worden per gemaakt object betaald overigens. Ook bezochten we een vlinderpark waar heel veel soorten vlinders rondvliegen. Sommige leven slechts twee weken maar zijn wel wonderschoon. De tempel van Tanah Lot was ons einddoel. Prachtig gelegen in zee en bij de ondergaande zon een bijzondere sfeer. Uiteraard hebben we hier ook blessings gekregen wat weinig met spiritualiteit te maken had en meer met commercie. De priesters waren blij dat wij niet op de foto wilden na al die aanhalige en grijnzende Amerikaanse dames. We hebben wel twee foto’s laten maken door mannetjes die polaroidfoto’s maken zoals in Nederland in cafe’s gebeurt, op het strand.

’s Avonds hebben we in een warung (een lokaal restaurantje) gegeten. Over het algemeen proberen we afwisselend te eten. In de ochtend meestal pannenkoek met banaan of een tosti die hier jaffle wordt genoemd, fruitsalade of fruit-juice en koffie/thee. In de middag eten we soms brood dat we zelf kopen of eten we warm. Dat kan dan sate zijn, nasi goreng of soto ayam (kippensoep). In de avond eten we vaak groente zoals gado gado.
Ubud was in tegenstelling tot begin december een stuk drukker en hectischer. We waren eigenlijk blij dat we naar het rustige Noorden vertrokken de volgende dag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten