Munduk is een dorpje in de bergen. Het ligt hoog en het was er ook behoorlijk koud. Het waaide hard en regende er ook. We hebben zelfs de truien aangehad waarmee ik Monica vaak gepest had omdat ik verwachtte die niet aan te doen hier. Ondanks het weer waren het leuke en boeiende dagen.
We hadden een mooi huisje dat nagebouwd was van rijstopslagplaatsen. Met een trapje liepen we omhoog naar de kamer en keken vanaf ons balkon de vallei in. We waren een van de weinige gasten overigens.
We hebben weer een aantal prachtige rijstveldentochten gemaakt. De guide Putu keek wel gek op toen Monica haar boompjes fotografeerde in de rijstvelden. Een artist wordt hier toch meer gezien als iemand die handicraft maakt dan een persoon die zich met moderne interpretaties van het leven houdt. Omdat de bergen hier steil zijn, zijn de terrassen hoger met grotere wanden. De bebouwing is ruwer lijkt het wel. We waren onder de indruk van de boeren die met veel energie ploegen en planten. Vaak worden ze omringd door hun kinderen waar ze al werkende op letten. We eindigden onze tocht bij een koffiebranderij waar de koffiebonen gemalen worden. Een enthousiaste eigenaar die ons de komende dagen nog vaak vrolijk gedag zou zeggen. We voelden ons door alle vriendelijkheid van de dorpsbewoners al snel thuis. De tocht eindigde in de regen via een moeilijk stijl omhoog klimmend pad. We gebruikten als paraplu grote bladeren tegen de regen.
De volgende dag stonden we al vroeg op om naar de plaatselijke markt te gaan. Een tiental stalletjes in een smalle ruimte, propvol groente, specerijen en bloemen. Als ontbijt aten we kleine rijstpannekoekjes met bruine suiker bij een plaatselijk stalletje langs de weg. Putu kende uiteraard iedereen. Hij heeft gestudeerd en heeft een tijd gewerkt in allerlei hotels. Hij begon als gardenboy en klom op tot butler. Hij werkte een tijdje in de journalistiek en hield daarmee mee op na de aanslagen in Kuta. Nu is het hij manager van het hotel in Munduk en leidt ruim twintig personeelsleden. De mannen die er ook hun snackje naar binnensmikkelden, pesten elkaar uitgebreid als oude vrienden. “Hij hoort bij de monkeyfamily”.
In de middag liepen we samen weer de lange weg af naar het dorp beneden. Het grootste deel van het dorp ligt in een lint achter elkaar, daarmee deed het ons denken aan Wildervank uiteraard. Het tochtje leverde tal van leuke ontmoetingen op. Een man was een huizenbouwer samen met een Nederlander. We stapten een lagere school binnen waar ik de kinderen leerde waar Nederland lag. De kinderen begonnen spontaan en gezamenlijk liedjes te zingen. Ik heb ze het kinderliedje Hoofd, schouders, knie en teen geleerd wat er qua uitspraak vrij goed uitkwam bij alle kinderen. Na mijn stichtelijke woorden dat leren goed is om te doen, liepen we weer verder. We werden hartelijk uitgenodigd door een man en een vrouw die in een naaiatelier werkten. Ze gebruikten nog van die ouderwetse Singer -naaimachines die onze grootouders gebruikten en maakten daarmee de prachtigste kleren voor ceremonies. Ze lieten foto’s zien van hun kinderen die elders naar school gingen en meededen aan Balinese dansvoorstellingen. We aten nasi goreng in een plaatselijke warung. Op twee kleine krukjes konden we net in de kleine keuken kijken waar pannen, groente en kookgerei slordig door elkaar lagen. Het eten was overigens goed. In de kleine winkels konden we veel spullen kopen die gebruikt worden voor ceremonies. Omdat dit zo’n groot onderdeel uitmaakt van het leven hier, was het leuk te zien wat je allemaal kunt aanschaffen. Prachtige glinsterende doeken, schalen, offertafeltjes, wierrook, en bloemen. Met veel energie klommen we weer naar het hotel en regenden uiteraard weer nat.
Later op de middag ontmoeten we een bekende gamelan-composer, -bouwer en -speler I Made Trip. Hij liet ons op DVD het werk horen dat hij samen met zijn zoon componeerde. Hij speelt alles uit zijn hoofd en geeft ook de muziek van zijn voorouders door. Zijn zoon studeert nu muziek en kan de noten ook op schrijven. Daarmee wordt de muziek ook echt behouden. De gamelanmuziek uit Noord-Bali is wat speelser en sneller dan uit andere gebieden. Hij treedt ook in het buitenland op. Van hem hoorde ik eigenlijk weer hetzelfde verhaal als van de andere creatieven die ik gesproken heb. Hij moet hard werken om geld te verdienen. Hij geeft les, soms aan de Universiteit, hij treedt op en bouwt instrumenten. Veel musici werken ook in hotels en verdienen daar soms 20.000 Rupiah per avond, dat is nog geen twee Euro. De overheid doet weinig maar geeft wel een keer per jaar het prijzengeld voor het Balifestival. Uiteraard heeft hij al diverse keren gewonnen en stonden zijn prijzen te pronken naast de televisie. Met de scooter reden we via een tussenstop in de rijstvelden, naar een duizend jaar oude boom die overal zichtbaar was vanuit de vallei en trots en groots op de bergen stond. De wortels van de boom waren enorm en bood zelfs ruimte om er in te kruipen en te mediteren. Een indrukwekkend einde van dit bezoek aan Munduk en omgeving.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten